zaterdag 12 april 2014

Lof der Zotheid

Laudatio voor de Skeptische Put 2013

Twee van de grootste regisseurs uit de filmgeschiedenis, Stanley Kubrick en Alfred Hitchcock, behaalden gedurende hun respectieve carrière geen enkele Oscar. Soms worden gedoodverfde favorieten het slachtoffer van hun eigen succes. Vermits ze jaar op jaar blijven uitblinken, kan je er vanop aan dat hun ster niet snel zal uitdoven. Die overweging speelt uiteindelijk in hun nadeel: jaar na jaar gaan mindere goden met de laurierkrans lopen.

Ook onze Skeptische Put is geen carrièreprijs, waardoor we voor de hand liggende winnaars soms schromelijk over het hoofd zien. Dat onze winnaar van dit jaar niet eerder in de prijzen viel, lijkt welhaast een samenzwering, iets waar hij zelf wellicht al was bij uitgekomen. De Put-winnaar is een totaaldenker, een homo universalis van het achterland van de wetenschap.

De meeste mensen kennen Peter Vereecke, ex-burgemeester van Evergem, als aanhanger van de chemtrails-theorie: de opvatting dat de witte rookslierten die vliegtuigen achterlaten geen onschuldige condensatiesporen zijn, zoals wetenschappers en luchtvaartexperts ons willen wijsmaken, maar zwanger zijn van onheil. Net zoals andere complotdenkers wereldwijd, is onze winnaar ervan overtuigd dat wij in het grootste geheim besproeid worden, met gifstoffen, zware metalen, ziekmakende micro-organismen, nano-robots en dies meer. Over de precieze samenstelling van die chemische cocktail bestaat geen eensgezindheid, evenmin als over de achterliggende bedoelingen. Volgens de ene wordt er gesproeid om het klimaat te manipuleren, volgende de ander om de bevolking ziek en weerloos te maken, of chemisch wapens uit te testen, of om de klimaatopwaming tegen te gaan, die overigens zélf een complot is om de weg te effenen voor een totalitaire wereldregering...

Maar we zouden onze winnaar oneer aandoen mochten we hem enkel op de chemtrails vastpinnen. Hij gelooft ook dat niet Al Qaeda, maar de Amerikaanse regering zelf verantwoordelijk was voor de aanslagen van 11 september, eventueel in een consortium met andere schimmige booswichten. De maanlanding vond volgens hem nooit plaats, maar werd in een Hollywood-studio in scène gezet. John F. Kennedy werd niet door de eenzame schutter Lee Harvey Oswald vermoord, maar door zijn bloedeigen vrouw Jackie, zoals de videobeelden volgens Vereecke duidelijk uitwijzen. In de evolutietheorie gelooft hij - uiteraard - ook niet.

Filosofen hanteren soms een techniek genaamd 'bewijzen uit het ongerijmde'. Daarbij aanvaard je de aannames van je tegenstander en probeer je aan te tonen dat die tot conclusies leiden die hij of zij zelf als absurd beschouwt. Een welwillende strategie, waarbij je iemand mee op weg neemt naar fabeltjesland. Bij complotdenkers heeft zo’n strategie vaak een averechts effect. In plaats van op de schreden terug te keren, gaat de complotdenker met frisse moed nog een stap verder. Misschien was het wel helemaal geen vliegtuig, maar een raket die op het Pentagon insloeg? Fascinerend! Misschien gebruikte men holografische simulaties in plaats van vliegtuigen? Misschien waren Bush en zijn rechts-republikeinse haviken zelf slechts marionetten van een nog machtiger en angstaanjagender gezelschap? Misschien worden ze bestierd door reptielachtige buitenaardse wezens, zoals de Britse journalist David Icke - door onze winnaar bewonderd - gelooft?

Bij complotdenkers ontstaat zo een bizarre dynamiek, een soort van complot-opbod. De verleiding is groot om steeds dieper te graven, om steeds nieuwe vertakkingen en verbanden te zien. De eerste die met de ogen knippert, deinst terug voor de waarheid, die is nog een half "schaap", zoals complotdenkers de naïeve dwazen plegen te noemen die reguliere bronnen en media geloven.

Een complotdenker zoals onze winnaar is als een sinistere tweelingbroer van koning Midas: alles wat hij aanraakt, vervaalt en verbleekt. Geen enkel gebeurtenis op dit wereldtoneel ontsnapt aan de argwaan. Wat onschuldig of helder leek, wordt plots duister en onheilspellend.

Dat leidt soms tot hilarische kronkels, maar – en dit mogen we niet uit het oog verliezen - is even vaak ook verre van onschuldig. Vereecke gelooft dat vaccinaties een dekmantel zijn voor een duister complot om onze lichamen te vergiftigen, om onze geesten te knechten, om onze weerstand te breken voor de nakende totalitaire samenleving waaraan de geheime machthebbers werken. Vaccinaties, van welk allooi dan ook, worden door Vereecke en de zijnen dan ook te vuur en te zwaard bestreden.

Net zoals andere complotdenkers, blijft onze Put-winnaar totaal blind voor de zegeningen van vaccinaties in het verleden. Eén van de ergste geselen die de mensheid gekend heeft - de pokken - is door vaccinatie definitief uitgeroeid. Andere ziekten, zoals polio, zijn teruggedreven tot enkele broeihaarden. Mazelen, kinkhoest en bof zijn overigens geen onschuldige kinderziekten, zoals complotdenkers beweren, maar eisen jaarlijks talloze slachtoffers. Het dodental van mazelen alleen al loopt jaarlijks in de honderdduizendtallen.

Voor een door de wol geverfde complotdenker is het echter een koud kunstje om enkele wilde geruchten over vaccinatie door de complotmolen te jagen en zo paniek te zaaien bij het grote publiek. Laat ons wel wezen: kille naalden die in onschuldige kinderlijfjes worden geprikt, met zogezegd inerte ziektekiemen, vergezeld van chemische substanties met onheilspellende namen: het is een gedroomd doelwit.

De Skeptische Put kennen we niet alleen toe om ons vrolijk te maken over frivole wanen, hoewel we toegeven dat enig geginnegap niet van de lucht was op de vergaderingen van de prijzencommissie. Waanbeelden kunnen onschuldig beginnen, maar hebben de neiging om steeds verder om zich heen te woekeren. Zot zijn doet geen zeer, zo zegt de volksmond, maar als je maar lang genoeg de zotheid predikt, begint het altijd wel ergens te steken. Indien niet bij jezelf, dan misschien bij anderen. Rabiate anti-vaccinatie propaganda, daar winden we geen doekjes om, is een gevaar voor de volksgezondheid.

Peter Vereecke maakt zich al jaren onverdienstelijk in de verspreiding van diverse complottheorieën en pseudowetenschappen, en had onze Prijs al veel langer in de wacht moeten slepen. Deze keer willen we hem niet over het hoofd zien. Dat hij hier vanavond aanwezig is om de honneurs waar te nemen, in het hol van de leeuw, vind ik wel erg moedig. Indien hij werkelijk van al die duistere samenzweringen overtuigd is, waarvan hij zich de klokkenluider waant, is het zelfs een beetje roekeloos.

Nu ik eraan denk, was het niet de Oscarloze Stanley Kubrick die de maanlanding in scène heeft gezet, in een Hollywood-studio? Werd hij misschien monddood gemaakt door de Illuminati? Of kreeg hij in het grootste geheim toch zijn langverwachte Oscar, voor bewezen diensten? Misschien brengt onze winnaar raad. De Skeptische Put 2013 gaat naar: Peter Vereecke!


vrijdag 11 april 2014

Chemtrails en Tamiflu

(dS Avond - 11 april 2014) 

Hebt u ook weleens het gevoel dat niets is wat het lijkt? Dat ons een rad voor de ogen wordt gedraaid? Dat zelfs een baken van vertrouwen als dS Avond een lappendeken van leugens is, ontsponnen aan de weefgetouwen van sinistere machthebbers, waarvan wij allen de klos zijn? (Vul hier zelf uw omineuze verwijzing naar 1984 in)

Dan had u gisteren aanwezig moeten zijn bij de uitreiking van de Skeptische Prijzen in Leuven. De Skeptische Put, een onderscheiding van de vereniging Skepp voor wie zich onverdienstelijk maakte in de verspreiding van pseudowetenschap en andere onzin, werd er toegekend aan Peter Vereecke, sinds hij de burgemeestersjerp in Evergem aan de wilgen hing één van Vlaanderens meest beruchte complotdenkers.
Ziet u soms die witte rookslierten die vliegtuigen achterlaten? Onschuldige condensatiesporen volgens luchtvaartexperts, maar zwanger van onheil volgens Vereecke en consorten. In het grootste geheim worden wij met zijn allen besproeid, met gifstoffen, zware metalen, ziekmakende micro-organismen, nano-robots en dies meer. Dezelfde heksenbrouwsels worden bij ons ingespoten onder het mom van ‘vaccinaties’: zij vergiftigen onze lichamen, knechten onze geesten, en breken onze mentale weerstand voor de nakende totalitaire samenleving.

Peter Vereecke was moedig genoeg om de honneurs waar te nemen gisteren in Leuven. Na zijn ontvangstrede kruiste hij de degens met de onvolprezen media-arts Marleen Finoulst, de oprichtster van het medische magazine BodyTalk die de (pdw)trofee – de positieve tegenhanger van Vereeckes onderscheiding – in de wacht sleepte. Over vaccinaties had zij wel een eitje te pellen met de ex-burgervader. In de zetel posteerden ook filosoof Johan Braeckman en Ruben Mersch, auteur van Oogklepdenken. Dat leidde tot een fascinerend dovemansgesprek.

Weldenkende lieden doen vaak betuttelend over fantasten als Vereecke. Het zouden psychiatrische gevallen zijn, die je vooral tegen zichzelf moet beschermen. Of je laat ze beter ongemoeid, vermits ze toch niemand kwaad berokkenen. Geen van beide stellingen snijdt hout.

Peter Vereecke is een charmante en welbespraakte man, die er niet voor terugdeinst om zich in de mantel van Galileo te hullen en op te tornen tegen medische en wetenschappelijke experts. En onschuldig? Rabiate antivaccinatie-propaganda maakt dodelijke slachtoffers: het mazelenvirus woekert waar de antivax-propaganda van Vereecke en co aanslaat.

Daarbij komt dat Vereecke niet altijd ongelijk heeft. Belangenvemenging tussen wetenschap en industrie is geen fantasie. Deze week bleek dat de griepremmer Tamiflu, die westerse overheden in tijden van grieppaniek massaal aankochten bij de farmareus Roche, weinig meer dan een lapmiddeltje is. Al die jaren heeft Roche zijn onderzoeksdata angstvallig afgeschermd, in de wetenschap dat ze een miljardenwinsten boekte met een (kwansuis) lege doos. Dergelijke schandalen zijn koren op de molen van complotdenkers.
Gelukkig toont de griepsaga aan dat doofpotten niet eeuwig gesloten blijven. Scepsis over de baten van griepremmers bestond ook al veel eerder. Een grootschalig complot genre Vereecke, is bijzonder onwaarschijnlijk. De sociale instituten van wetenschappers zien er net op toe dat klokkenluiders rijkelijk beloond worden, als ze met harde feiten voor de dag komen.

Maar dan moeten we er ook mee durven in debat gaan. En ze niet zomaar betuttelen als rijp voor de witjassen.

Hoog gelaarsd en gesluierd

(dS Avond 10 april 2014)

En toen stak de hoofddoek weer de kop op. Heikele kwestie. Leent zich wellicht niet tot een gebalde column. Maar ik heb al voor georganiseerde diefstal gepleit (aka vermogensbelasting), de zegeningen van het optimisme verguisd, en uw en mijn privacy te grabbel gegooid. Dus waarom niet: de hoofddoek?

De auditeur van de Raad van State heeft geoordeeld dat de motivatie voor een hoofddoekverbod in het gemeenschapsonderwijs niet deugt. Slechts een van de argumenten van het GO! hangt niet aan flarden: de mogelijkheid van groepsdruk en ordeverstoring. Maar dan nog pleit de auditeur voor proportie: casuïstiek in plaats van algemeen verbod.

Aan het Zuid in Gent tref ik geregeld meisjes met een hoofddoek die ik er niet van verdenk voor sociale druk gezwicht te hebben. Modieus, hoog gelaarsd en zelfverzekerd, met een kleurrijk windsel elegant over de schouders gedrapeerd. Sociale druk? Mocht ik haar pokdalige puberbroer zijn: ik zou het niet proberen. De insinuatie dat ze haar kledij niet uit vrije wil kiest, zou haar diep beledigen.

Die meisjes pronken met een hoofddoek als integraal deel van hun culturele identiteit. Emancipatie met een vleugje koketterie. Enerzijds vind ik dat fantastisch. Anderzijds – we gaan toch niet beginnen nuanceren? – vind ik dat ze iets over het hoofd zien.

De betekenis van een symbool is niet voor eeuwig in steen gebeiteld, maar je kan ze evenmin van vandaag op morgen herijken. De historische lading van de hoofddoek is een symbool van vrouwenonderdrukking, die een schaduw tot in het heden werpt. Ook vandaag vind je voldoende moslimmannen die ‘hun’ vrouwen en meisjes berispen wegens hun klederdracht, die hen aansporen om zich vroom te bedekken en verantwoordelijkheid op te nemen voor de dionysische lusten die zij bij onderhavig manvolk ontketenen. Lieden die elke hoofddoek in het straatbeeld als een islamistische wimpel zien, een uithangbord van hun expansiezucht.

De zelfverzekerde moslima die haar hoofddoek volstrekt vrijmoedig draagt, miskent dat die hoofddoek een religieuze lading dekt. Waar zij een elegant accessoire ziet (ik kan haar geen ongelijk geven), zien haar geloofsgenoten op straat een blijk van inschikkelijkheid. Waar een ander meisje louter lippendienst aan een culturele traditie betuigt, knikken mannen instemmend bij zoveel vroomheid. Hoewel zij dat niet bedoelt, verhoogt ze op die manier de sociale druk op andere meisjes die, evenzeer uit vrije wil, niets met die hoofddoek willen te maken hebben. Dat is niet erg solidair.

In een ideale wereld kan iedereen zich tooien naar believen, maar die wereld is niet de onze. De sociale druk, zo heeft de auditeur op zijn minst goed begrepen, is het meest steekhoudende argument voor een hoofddoekenverbod op de schoolbanken. Eén enkel geval van groepsdruk rechtvaardigt volgens mij een – laten we wel wezen – minimale inperking van de vrijheid van klasgenoten. Niemand maalt om schooluniformen, en buiten de schoolpoorten draagt iedereen nog altijd wat zij (liefst toch) wil.

Privacy-hysterie en postmodern narcisme

(ingekorte versie bij dS Avond - 9 april 2014)

Ik zal u iets verklappen, als u belooft het niet verder te vertellen: die hele heisa rond inbreuken op onze privacy vind ik nogal hysterisch. Een vorm van postmodern narcisme. Maar aangezien dS Avond zo efemeer is dat mijn woorden bij nachte alweer vervlieden, wil ik dat hier wel even toelichten.

Gisteren werd bekend dat het Europees Hof van Justitie een richtlijn nietig verklaarde die operatoren oplegt om telefoongegevens twee jaar te bewaren. Volgens het redactioneel commentaar in De Standaard heeft het Hof ons op de valreep van een ‘totalitaire samenleving’ gered. Collega-filosofe Tinneke Beeckman maakte onlangs in een debat gewag van Stasi-praktijken. De onheilspellende verwijzing naar Orwells 1984 – doemdenken met terugwerkende kracht – is ondertussen zo afgekauwd dat ze klef smaakt. Het retorisch Stalinorgel mag nog wat luider knallen: we zijn allang voorbij 1984. Het is allemaal nog veel érger! (dixit Snowden) Hebben die mensen Orwell wel gelezen?

Die inflatie van termen als ‘totalitarisme’ en ‘fascisme’ is ergerlijk. Wie onder elke steen totalitarisme ontwaart, is weerloos wanneer de bruinhemden echt voor de deur staan.

Waarover gaat het? Werd de auteur van het commentaar deze ochtend uit zijn bed gesleurd en aan de foltertuigen van Room 101 onderworpen om zijn opstandige geest te vermorzelen, zoals de onfortuinlijke Winston in 1984? Bijna, zou je denken.

Gsm-operatoren, zo stelde de gewraakte Europese richtlijn, moeten telefoongegevens tot twee jaar bijhouden, en beschikbaar stellen voor het gerecht op verzoekschrift. Niets van de inhoud van de gesprekken wordt bewaard: enkel het tijdstip, de gesprekspartner en de gps-locatie. Met andere woorden: onze schrandere foon, die prothese van ons brein die we als onze broekzak kennen, is een onooglijk punt in een gigantische dataset van telefoonverkeer.

Baart ons dat nu werkelijk zoveel zorgen? Zijn onze geheimen zo omineus dat louter de notulering van wanneer en met wie we ze hebben gedeeld, ons de stuipen op het lijf jaagt?

Natuurlijk moet er een evenwicht zijn tussen privacy en surveillance, tussen weten en verbergen. De Stasi luisterde gesprekken af van al wie ideologisch uit de pas liep, of daarvan verdacht werd. Totaal ontoelaatbaar. In Oost-Duitsland leefden geen journalisten die ’s morgens in de krant hun eigen overheid de mantel uitveegden. Of het waren eendagsvliegen.

Natuurlijk willen we niet dat onze geheimpjes uitlekken bij de mensen die wel wakker liggen van de soap van ons leven. Mechanismen die verhinderen dat data in de verkeerde handen vallen, zijn beslist nodig.

Maar wie wakker ligt van een tabelletje met metadata, waarin hij tussen miljoenen anderen prijkt, lijdt die niet aan een vorm van narcisme? De gedachte dat de Staatsveiligheid zich bezighoudt met mijn wederwaardigheden, de pekelzonden van mijn privéleven? Dat het gerecht zich onze stiekeme affaires en onfrisse connecties aantrekt, ergens tussen haar klopjachten op pedofiele netwerken en vermiste kinderen door?

In een kop van De Correspondent wordt het de argeloze lezer met klem opgedrongen: “Nee, je hebt wél iets te verbergen.” Van de vrije gedachte gesproken. Het eerste argument is een heerlijke filosofisch doordravertje: mensen die geen privacy hebben, die hebben geen “ik”. Niet alleen leven we allemaal in het verborgene, zoals Roger Vangheluwe, we bestaan bij gratie van het verborgene. Daaruit volgt ondermeer dat de helft van de wereldbevolking, die in de heilige overtuiging leeft dat een opperwezen hun diepste gedachten doorgrondt, eigenlijk geen “ik” heeft. Die bestaan eigenlijk niet. Fijn voor hen. Niet dat ik in zo’n hemels Noord-Korea wil leven. Maar zo’n vaart loopt het heus niet.

Laat ik de daad bij het woord voegen: iedereen die dat wil, kan bij mij op eenvoudig mailverzoek mijn telefoondata opvragen, van een willekeurige maand gedurende de afgelopen twee jaar. Mijn gps-locatie staat er helaas niet bij, maar thans verwijl ik op: 51°02’44.9”N 3°43’36.6”E. Geen zorgen: mijn drugs bestel ik via WhatsApp.

Roze bril, troebele blik

(dS Avond 8 april 2014) 

De optimist ontving weer schouderklopjes in de krant: ‘Optimisten zijn altijd in het voordeel’, aldus psycholoog Charles Cuver. Goedgeluimde lui zijn gezonder en gelukkiger. Een positieve ingesteldheid kan je zelfs van ziekte genezen, zo oreren newage-goeroes.

Alweer een opsteker voor hen die er uitgerekend het minst behoefte aan hebben! Toch wantrouw ik ze, die flukse flierefluiters die zich wentelen in hun eigenwaan, die onbesuisde voluntaristen die menen dat een weg is waar een wil is. Ik ben een koele minnaar van de granieten werkelijkheid, en zij duldt geen overspel. Als er reden is tot optimisme, dan noem ik het geen optimisme. Dan is het gewoon een rationele en weloverwogen vooruitblik.

Psychologen opperen dat optimisme een kunstgreepje is van ons brein om ons te motiveren tot welslagen. Maar waarom die omweg? Waarom zou realiteitszin inzet in de weg staan? Illusies zijn zelden onschuldig. Een onhebbelijkheid van de werkelijkheid is dat ze zich niet plooit naar onze wensen. Optimisme leidt tot roekeloos en zelfdestructief gedrag. Daar zijn talloze voorbeelden van, maar ik beperk me voor de goede orde tot diezelfde krant van vandaag, die hier nu toch voor me ligt.

Een nieuwe campagne tegen hardrijden laat wegpiraten toeschouwer zijn bij hun eigen begrafenis. Schokkend! Maar waarom zijn hardrijders zo hardleers? Eenvoudig: ze wanen zich onkwetsbaar en overschatten zichzelf. Een hardnekkige illusie, al talloze malen vastgesteld: 85 procent van de chauffeurs waant zich beter dan gemiddeld. Dat is statistisch nogal onmogelijk. Met een glaasje op? Moet ook wel lukken! Sms’en achter het stuur? Ach, als je wat behendig en alert bent…

Beursspeculanten die blaken van optimisme lopen sneller met hun kop tegen de muur. Financiële zeepbellen zwellen aan door het onredelijke vertrouwen dat de toekomst ons toelacht. Politieke partijen berekenen de kosten van hun programma in de ijdele veronderstelling dat die rugwind netjes in de zeilen blijft, met alle gevolgen van dien. Ingenieurs weten hoe ijdel optimisme kan zijn door de wet van Hofstadter: ‘Bouwwerken duren altijd langer dan je voorziet, zelfs als je rekening houdt met de wet van Hofstadter.’

Natuurlijk, zal u zeggen, maar je moet grenzen stellen aan je optimisme. Maar hoe trek je die dan? Optimisme is per definitie een illusie. Indien je de grenzen van je illusie kan afbakenen, dan ben je er de facto al van verlost. Hoe hard mag je op het gaspedaal duwen vooraleer je anderen en jezelf in gevaar brengt? Enkel realiteitszin brengt soelaas.

Zelf ben ik ook vatbaar voor optimistische illusies. Autorijden vermijd ik, omdat ik weet dat zo’n soepel suizende bolide me in een roes van onschendbaarheid wiegt. Mijn gemoed verlicht en mijn voet verzwaart. Deadlines schrijf ik doorgaans een dag of twee eerder in mijn agenda, in de hoop dat ik die schriftvervalsing tegen dan vergeten ben. Mijn wekker loopt een onbestemd aantal minuten voor. Een vorm van zelfbewapening tegen de hardnekkige illusie dat ik sneller ben en de wereld meer meewerkt dat het geval is.

Soit, ik moet haast maken, want de klok tikt en eindredacteurs kennen geen genade.

Wat is er mis met de werkelijkheid? Zij is onze trouwste bondgenoot. Wie haar kent, behoedt zich voor illusies en bespaart zich ontgoochelingen. Wie haar door een roze bril bekijkt, is blind voor de aanstormende muur.

Donald Duck en Oom Dagobert

(dS Avond - 7 april)

De afkoopwet moet het bekopen. Grote financiële fraudezaken, zo erkent nu ook Open VLD, moeten voortaan voor de rechter.

Aanvankelijk als uitzondering bedoeld, om juridische uitputtingsslagen met ongewisse afloop te vermijden, sleet de wet naderhand in tot regel. Volgens fraudebestrijder John Crombez heeft de wet het ‘rechtvaardigheidsgevoel van de burger aangetast’. De kiezer mag een wispelturige windhaan heten, maar zijn gevoel voor rechtvaardigheid is standvastig. Electoraal niet te versmaden dus.

De econoom Thomas Piketty, de nieuwe heiland ter linkerflank, sprak in dS Weekblad ook over dat rechtvaardigheidsgevoel: de verontwaardiging jegens dat luttele procent, wier obscene rijkdom de ogen van 99 procent anderen uitsteekt. Vorstelijke toplonen en dito ontslagvergoedingen, financiële achterpoortjes en belastingparadijzen: ze zetten kwaad bloed in ons kwetsbare weefsel. Inkomensongelijkheid maakt mensen ongelukkig, onafhankelijk van hun absolute welpaartspeil. Is dat loutere kleinzerige afgunst?

De weegschaal van dame Justitia, die balans der billijkheid, heeft diepe biologische wortels. Volgens psycholoog Jonathan Haidt is het een van de universele dimensies van moraliteit die zelfs progressieven en conservatieven met elkaar verbindt. Jonge kinderen zetten het op een krijsen als ze geen evenredig deel van de koek krijgen, of als een klaploper wordt beloond. Volgens primatoloog Frans de Waal hebben zelfs kapucijnaapjes er last van.

Uit mijn lessen catechese herinner ik me de parabel van de arbeiders in de wijngaard, die mijn kinderlijk gevoel van rechtvaardigheid erg tegen de borst stuitte. Een wijnbouwer laat een arbeider vroeg in de ochtend druiven plukken en belooft hem een zilverling op het einde van de dag. Rond de middag plukt hij nog een handwerker van straat en belooft hem dezelfde vergoeding. ‘Te elfder ure’ werft hij een derde aan, nog steeds en alweer voor de volle pot.

De twee eerste loonslaven, die veel langer gezwoegd hebben, maken misbaar wanneer ze de andere uitbetalingen zien, maar de patron laat zich niet vermurwen: ‘Heb ik me soms niet aan de afspraak gehouden? Bemoei je met je eigen zaak.’

De islamitische Hadith, die vaak leentjebuur speelt bij andere openbaringen, maakt het nog bonter. Daar krijgt de laatste klaploper, die tot de namiddag heeft liggen pitten, de dubbele verloning van de twee eerste.

Daar kon ik als kind niet bij. En dan dat treiterige antwoord van de eigenaar! Natuurlijk zijn er verschillende interpretaties van de parabel: voor sommigen is het een allegorie van de onverdiende goddelijke genade. Maar de boodschap blijft eender: wees niet afgunstig, let niet op wat je buurman opstrijkt. Religie wordt vaak geprezen als pijler van de moraal, maar vaak daagt ze precies onze morele intuïties uit. Je vrienden beminnen en fulmineren tegen onrechtvaardigheid: dat kan iedereen. Maar deemoedig je andere kaak aanbieden en onrecht slikken, dat vergt zelfbeheersing.

Piketty pleit voor een wereldwijde vermogensbelasting, voor een eerlijke verdeling van rijkdom. Daar volg ik hem in. Je kan het beestje temmen, maar zijn aard niet wijzigen. Toch is het funest om afgunst jegens rijken aan te wakkeren, zoals vele linkse indignado’s doen. Wat kan het Donald Duck schelen dat Oom Dagobert steenrijk is, en nog onverdiend ook? Slecht voor de gemoedsrust. Zou de Bijbel toch gelijk hebben?