donderdag 19 februari 2015

Can Evolution get us off the Hook? The Ecology Apology

(first published on the blog Imperfect Cognitions) 


In the opening lines of his essay 'An Outline of Intellectual Rubbish', Bertrand Russell wrote that 'Man is a rational animal  so at least I have been told. Throughout a long life, I have looked diligently for evidence in favor of this statement, but so far I have not had the good fortune to come across it'. Russell’s cry of despair is echoed by many writers. There is a cottage industry of books purporting to show that man is anything but a rational animal. Human reason, or so we are told, is a paltry and botched device, riddled with bias and error. Humans are foolish, obstinate, superstitious, irrational. The psychologist John Kihlstrom called it the People are Stupid School of Psychology (PASSP).
What arguments can an attorney, called in to defend Homo sapiens against these charges of irrationality, bring forward in favor of her client? In a new paper for a special issue of 
Consciousness and Cognition, my colleagues Michael Vlerick Ryan McKay and I have explored one such line of defence: the Ecology Apology.
Researchers in the burgeoning field of ecological rationality have argued that, if we approach the human mind as an adaptive toolbox full of heuristics, tailored to particular ancestral environments, many of its apparent foibles and fallacies evaporate. Human rationality is not general and content-free, but is designed to work in a particular ecology, argues Gerd Gigerenzer, one of the main proponents of this school. Mind and environment, in a memorable phrase by Herbert Simon, are like two blades of a pair of scissors.

In our paper, we discern two strands in the literature on ecological rationality. One of them draws our attention to the artificial set-up of many psychology experiments. If you deliberately put people in an environment where their usual heuristics and intuitions are of no avail, it is not surprising that they perform badly. The human mind is designed to deal with the real world – not with devious psychologists bent on tripping people up.
There is a second strand in this program, however, which appeals directly to the evolutionary history of the human mind. For example, people may appear to be superstitious, but a little superstition makes sense from an adaptive point of view. In a hostile world, spotting causal patterns can be a matter of life or death. Your ancestors were those hominids who erred on the side of caution, ending up with a couple of false positives in the process. Fellow hominids may have laughed at their little superstitions, but your ancestors had the last laugh.
Though it is true that there is method in human madness, we should be wary of conflating two very different things: appraisals of rationality on the individual level, and arguments about the evolutionary 'rationale' of adaptations. The latter, asRonald de Sousa pointed out, provides a mere simulacrum of rationality. Evolution by natural selection produces an appearance of design, to which we can fruitfully apply familiar frameworks of rationality, such as game theory and signal detection theory. But these two levels should not be conflated. Adaptive design, as it happens, is perfectly compatible with simple-mindedness, irrationality, or dumbness. Besides, your genes have different interests than you have.
Take the example of a gambler at the roulette table who bets on a number because he thinks it is 'overdue'. This is known as the gambler’s fallacy: roulette wheels have no memories, so each turn is independent from the next. Why does the gambler persist in his irrationality? There is a sensible evolutionary explanation: real life is nothing like a casino. Most events have a characteristic hazard function: the probability of each occurrence (say, a rainy day) is affected by the occurrence of earlier events (say, a streak of sunny days). In the real world, argues Steven Pinker, 'an astute observer should commit the gambler’s fallacy'.
That is true, as far as it goes, but does it get our gambler off the hook? Mindlessly paying heed to your evolved intuitive hunches does not make you rational. Rationality, as we define it in our paper, is the ability to deliberate and act on contingent and local information. Evolution works over the long haul, abstracting away from local contingencies, but human reasoners face specific decisions in specific circumstances.
If our gambler cannot be cured of his conviction that the wheel has some sort of memory, even after being given a crash course in statistics, should we not insist that he is irrational, despite the adaptive 'rationality' of his cognitive make-up? There is a rational course of action available, after all: seasoned gamblers resist the intuitive pull of their evolved pattern detection mechanisms, overruling it in light of contingent information.
In general, we applaud the efforts of ecological rationalists to correct the bleak view of human reason. In our paper, we document cases where they have successfully forced us to reconsider alleged human irrationality (e.g. the Linda problem). These examples draw our attention to artificial experiments and the rich complexities of real life, but they do not involve a locus shift between the personal and the adaptive level.
That is as it should be. If want to get human reasoners off the hook, we should do so without using evolutionary alibis.

vrijdag 13 februari 2015

Toenadering door afstand: de Chapel Hill-moorden

(De Standaard - 13 februari)
Een 46-jarige man uit Chapel Hill, North Carolina, heeft eergisteren in koelen bloede drie jonge moslims neergeschoten (DS online 12 februari). De slachtoffers zijn de 23-jarige Deah Shaddy Barakat, zijn vrouw Yusor Mohammad Abu-Salha (21) en haar zus Razan Mohammad Abu-Salha. De dader, Craig Stephen Hicks, beschrijft zichzelf op zijn Facebook-pagina als een anti-theïst, een stroming binnen het atheïsme die godsgeloof niet alleen verwerpt, maar ook als gevaarlijk en irrationeel beschouwt. De directe aanleiding van de moord zou een burendispuut over een parkeerplaats zijn, maar er is een vermoeden van moslimhaat als motief.
De informatie kwam me woensdagmorgen onder ogen toen een journalist van DeWereldMorgen tweette: ‘Drie moslims gruwelijk vermoord door militante atheïst. Heeft @mboudry al afstand genomen?’ Gelooft werkelijk iemand dat ik daar nog maar een nanoseconde over zou twijfelen? Deze moord is laf en verwerpelijk. Dat ze door een mede-atheïst is gepleegd, met moslimhaat als vermoed motief, vind ik afschuwelijk.
Natuurlijk had die tweet een andere ondertoon. Sociale media gonsden van zulke sarcastische oproepen aan het adres van atheïsten, die prominente moslims destijds hadden aangespoord om zich te distantiëren van jihadistisch geweld (waartoe overigens ook bijvoorbeeld de islamitische burgemeester van Rotterdam, Ahmed Aboutaleb, had opgeroepen). De Nederlandse filmmaker Abdelkarim El-Fassi zorgde vorige week nog voor ophef, toen hij kinderen voor de camera dwong om zich van terreur te distantiëren, omdat de jochies toevallig de haartooi van Anders Breivik of de huidskleur van de gebroeders Kouachi hadden. Die ridiculisering van publieke afstandname was slechts de laatste ronde in het opbod aan scheve analogieën de afgelopen maanden: ‘Je vraagt toch niet aan Jean-Marie Pfaff om afstand te nemen van Guantánamo?’ (Sami Zemni). ‘Of aan Bart De Wever dat hij zich distantieert van de vernielzucht van Antwerpse dokwerkers?’ (Youssef Kobo)
Schuldbekentenis?
Openlijk afstand nemen, zo luidt de redenering, is een impliciete schuldbekentenis. De loutere insinuatie dat moslims ideologische verwanten zijn van IS of Al-Qaeda, is op zich al beledigend. Oproepen tot publieke distantie onderschrijven het principe van collectieve schuld, waarbij de hele fruitmand moet opdraaien voor enkele rotte appels. Elk weldenkend mens verfoeit koppensneller en doodseskadrons voor cartoonisten, toch?
Welnu: dat is niet zo. Gruweldaden verricht in naam van één en dezelfde God wekken minstens een schijn van ideologische verwantschap. Mocht ik een profeet vereren als de meest perfecte mens die ooit bestond (zoals talloze moslims doen), dan zou de grootste lasterdaad jegens hem niet zijn dat iemand hem afbeeldt, maar dat iemand in zijn naam onschuldige burgers vermoordt. Dan zou ik de eerste zijn om de naam van mijn Held te zuiveren.
Maar is die ideologische verwantschap er echt, of bestaat ze alleen in de perceptie? Laten we de analogie even doortrekken met de Chapel Hill-moorden, nu atheïsten met de vinger worden gewezen. Eerst de barbarij van IS en consorten. In mijn ogen komt het jihadisme recht uit de Heilige Teksten waarop ook gematigde moslims zich beroepen als woord van God. Die laatsten zullen, net zoals hun seculiere apologeten, antwoorden dat IS niets met religie te maken hebben, en dat de wortels van radicalisering elders liggen. Precies daarom vinden ze het ook onzinnig dat moslims zich moeten distantiëren van lieden die hun godsdienst hebben gekaapt voor gruweldaden.
Peilingen wijzen helaas uit dat een significante minderheid van moslims terreur tegen ongelovigen en godslasteraars vergoelijkt of zelfs verheerlijkt. De meest extreme elementen intimideren gematigde stemmen tot stilzwijgen, om zo de rangen te sluiten en hun aanhang groter voor te stellen dan het geval is. Wie in die omstandigheden distantiëring van geweld verdacht maakt of ridiculiseert, spreidt het bedje voor de fundamentalisten. Hoe minder mensen afstand nemen, hoe sterker de extremisten staan. En hoe meer extreemrechtse xenofoben zich bevestigd zien in hun overtuiging dat de gematigde moslim niet bestaat.
Richard Dawkins
De Chapel Hill-moorden dan. Het anti-theïsme zoals Christopher Hitchens of Richard Dawkins dat beleven, is louter en alleen gericht op ideeën, niet op personen. Inderdaad: godsdienst is irrationeel en gevaarlijk. Religieuze dogma’s leiden tot onoplosbare verdeeldheid en de Heilige Teksten van de wereldgodsdiensten staan vol haat en onverdraagzaamheid. Gelovigen verdienen echter respect als mensen, en genieten de vrijheid om hun denkbeelden te verkondigen en verspreiden, zolang ze niet direct aansporen tot geweld. Iemand die het anti-theïsme van Christopher Hitchens aangrijpt om drie onschuldige jonge mensen te vermoorden, heeft totaal niets van Hitchens’ humanisme begrepen. Geen enkele passage in zijn werk bevat volgens mij een rechtvaardiging voor geweld op gelovigen.
Maar zelfs als dat voor mij zonneklaar is, wil ik geloven dat er mensen bestaan die het verschil tussen harde islamkritiek en moslimhaat niet snappen. Die denken dat een strijd tegen geloof in een fysieke aanval op gelovigen moet ontaarden. Verlichte atheïsten kunnen dat verband totaal van de pot gerukt vinden, maar zodra daar ook maar een vermoeden rond bestaat in de perceptie, is het belangrijk dat ze zich krachtig en onvoorwaardelijk uitspreken. Wie in de plaats daarvan naar uitvluchten zoekt en kromme analogieën opzet, zal de verdenkingen en het wederzijdse wantrouwen alleen maar voeden. Idem dito voor gematigde moslims die het absurd vinden dat iemand hun ‘religie van de vrede’ in verband brengt met de horror van het kalifaat. Om toe te naderen, moet je soms afstand nemen. Als atheïst en anti-theïst distantieer ik me dan ook volkomen van deze laffe moorden. Ik daag u uit om één prominente atheïst te vinden die niet ogenblikkelijk hetzelfde doet. Daar zit – helaas – het verschil.

woensdag 4 februari 2015

De zalm en zijn tegenstroom

(column Filosofie Magazine)

Kende  u de ad populum drogreden al? “Iedereen gelooft het, dus moet het waar zijn”. Onzin natuurlijk: de goegemeente kan zich schromelijk vergissen. In onversneden vorm is de ad populum drogreden nogal doorzichtig. Wie slikt nu klakkeloos de mening van de meerderheid? (“Iedereen weet dat ad populum geen geldig argument is, dus…”)
Minder voor de hand liggend, maar toch veel voorkomend, is een omkering van de ad populum denkfout. In onze cultuur, waarin eenieder wordt aangemoedigd om kritisch en zelfstandig te denken, wantrouwen we denkbeelden vaak naarmate ze door meer mensen worden gedeeld. Populariteit is verdacht. Iedereen gelooft dat iets waar is, dus moet het wel vals zijn.
Een aantal zegswijzen geven daarvan blijk: niemand wil met de wolven meehuilen. Liever willen we tegen de stroom inroeien. We misprijzen de kuddedieren, maar we roemen de dwarsdenker, de tegendraadse stem, de luis in de pels van het establishment.
De Vlaamse krant De Morgen koos onlangs de zalm als mascotte van haar nieuwe campagne: de zalm zwemt immers tegen de stroom in, wars van conformisme en groepsdenken. Het probleem is dat iedereen zich graag zo’n zalm waant, moedig ploeterend tegen de stroom. Waaruit bestaat die stroom dan? Uit andere zelfverklaarde zalmen. Maar wie behoort dan nog tot de grond- en wie tot de tegenstroom? Is tegendraads het nieuwe orthodox?
Zalmen zoeken de stroom op, waarheen die ook vloeit, en zwemmen er tegenin. In de culturele wereld herkennen we dat als het snobisme van de minderheid. Aficionado’s van alternatieve muziek dwepen met de underground, maar snoeven als hun favoriete groep een platencontract krijgt. Onbekend is bemind, en bekend is onbemind.
Als zalmen bij elkaar scholen, vormen zij op den duur zelf de nieuwe mainstream. Dan moet de zelfverklaarde zalm weer koers wijzigen. Of de sterkte van de stroom gaan overdrijven. We wanen ons graag de eenzame dwarsdenker, vechtend tegen het pensée unique, tegen de heersende orthodoxie die ons probeert monddood te maken. Hoe groter de vijand, hoe heldhaftiger ons verzet. We duwen onze tegenstrever in de rol van Goliath, en trekken zelf de sandalen van David aan.
Bij opiniemakers is die kwaal een milde beroepsmisvorming. Waarheen de stroom ook vloeit, zij moeten er tegenin zwemmen, willen ze zichzelf niet overbodig maken. Hoed u voor hun gratuite retoriek, waarin zij optornen tegen een ingebeelde orthodoxie: “niemand durft het dogma in vraag te stellen dat…”; “onze gevestigde stemmen zijn blind voor…”
Moraal van het verhaal: iedereen trapt in deze drogreden, behalve u, kritische lezer! Wat bent u toch moedig en eigenzinnig!