zondag 29 maart 2015

Bestaat de wereld?

(Filosofie Magazine - Column maart 2015)

Niet alleen wetenschap, maar ook filosofie boekt vooruitgang. Daar ben ik op goede dagen van overtuigd. Niettemin dreef de inhoudsopgave van het vorige nummer van Filosofie Magazine mij tot lichte wanhoop. Waarom bestaat de wereld?, de filosofische detective van Jim Holt, prijkte er naast Waarom de wereld niet bestaat van Markus Gabriel. De wereld heeft de mens gebaard, en de mens de filosofie. Maar na 2500 jaar weten filosofen nog steeds niet of zij al dan niet bestaat?

Mijn vooruitgangsgeloof verbleekte verder bij het interview met Gabriel. Eenhoorns en heksen, aldus de Duitse wereldloochenaar, krijgen voor elkaar waar de wereld in faalt: zij bestaan wél, zelfs bij ontstentenis van een wereld om in te verwijlen. Gabriel, rijzende ster aan het filosofische firmament, bedrijft een vorm van ‘democratische filosofie’ voor het grote publiek. Dat klopt: iedereen kan kromdenken zoals Gabriel. De kunst is om ermee weg te komen.

Ziehier het gouden recept. Neem een gemeenplaats, een triviale waarheid waar iedereen het over eens is. Vervolgens: ontken die rondweg! Men vindt inspiratie bij Derrida: ‘Er is niets buiten de tekst’. Of Baudrillard: ‘De Golfoorlog heeft nooit plaatsgevonden’. Of Lacan: ‘De vrouw bestaat niet’. Neem nu één van de gebezigde woorden, klem ze stevig tussen aanhalingstekens, en ga er schaamteloos mee aan de haal. Markus Gabriel toont hoe het moet: bestaan betekent eigenlijk ‘verschijnen in een zinveld’. Heksen ‘bestaan’ op de bühne tijdens een opvoering van Macbeth. Eenhoorns ‘bestaan’ in tekenfilms. Maar de wereld ‘bestaat’ niet, omdat de totaliteit der dingen niet in één enkel zinveld te vatten is.

Maar is dat niet te doorzichtig om in te trappen? Dat valt reuze mee. Goochelaars zijn vaak zelf verbaasd hoe hun toeschouwers met open ogen in hun bedrog tuinen. Ook woorden kunnen ons brein beheksen: de diepgang van het woord “bestaan”, zelfs wanneer je het kaapt voor een triviaal punt over fictie en verbeelding, blijft doorschemeren in de nieuwe betekenis. Het brein van de welwillende lezer doet de rest. Dat graaft naarstig naar één of andere diepere bodem, die beide betekenissen met elkaar verbindt.

De denkfout? Wat dubbelzinnig zweeft tussen banaal en absurd, wordt niet plots diepzinnig. Die dubbelzinnigheid is onmisbaar voor het effect. Stel je voor dat de titel van Gabriels boek had geluid: ‘De totaliteit van de dingen kan niet in één keer gedacht worden.’ Geeuw. Of: ‘In het zinveld van de Inquisitie komen heksen voor’. Schouderophaal. Maar maak dezelfde punten met het woord ‘bestaan’, en het gaat je duizelen van de diepte. Zet u thans schrap voor mijn laatste woorden: ‘Ik heb deze tekst niet geschreven’. Duizelt het u al?

zaterdag 28 maart 2015

Iedereen veralgemeent (of toch bijna)

(De Morgen - 28 maart 2015)

Ze  hebben een "gesloten cultuur", meneer! En dat niet alleen: ze zijn bovendien "niet bijzonder gul en gastvrij", en ook nog eens "knorrig". Tiens, heeft de schaduwpremier op het Schoon Verdiep nog wat nagetrapt naar de Antwerpse Berbers, sedert zijn passage bij 'Terzake'? Nee hoor: aan het woord is de Leuvense rector Rik Torfs, in een opiniestuk over... "de Vlamingen". Blijkbaar delen wij onze "gesloten cultuur" met onze Berberse vrienden. Dat moeten ze daar in het Rifgebergte hebben horen waaien - geen wonder dat ze naar hier uitweken. Met die integratie kan het niet meer stuk!

Nu hoor ik u zeggen: Torfs is zelf een Vlaming, hij mag dat zeggen. Als hij onder zijn eigen gordel wil meppen, dan moet hij maar op zijn tanden bijten. Maar een rapport voor de Franse commissie Buitenlandse Zaken uit 2012 windt er nog minder doekjes om: "Vlamingen zijn egoïstisch, ondankbaar, intolerant en fascistisch." Soit, dat zijn nog steeds Europeanen onder elkaar.

Maar negatieve veralgemeningen over écht vreemde volkeren en culturen, dat kan toch niet? Dat ligt eraan: er is nog minstens één cultuur die vogelvrij is onder opiniemakers (ik bedoel niet álle opiniemakers, want ik hoed me natuurlijk voor veralgemeningen): de Amerikanen. In De Standaard las ik onlangs nog dat de Verenigde Staten voor de "helft" (= 50%) bestaat uit "bekrompen pummels die zweren bij God en geweer". Stel je voor dat daar had gestaan dat de helft van de Marokkanen "achterlijke kinkels zijn die zweren bij geit en couscous". Gesloten? Als een hermetisch verzegelde tajine, meneer.

Mogen we dan toch generaliseren over andere culturen? Natuurlijk mag dat. Indien veralgemeningen uit den boze zijn, dan mogen we meteen alle faculteiten sociologie en politieke wetenschappen sluiten. Elke wetenschap is gestoeld op generalisatie. Van het particuliere naar het algemene, van de gevalsstudie naar de wetmatigheid. De meeste wetenschappers spreken echter over tendensen, neigingen, statistische gemiddelden. Een generalisatie is geen universalisering. Wie dat verschil niet snapt, kan niet langer inzien dat roken kanker veroorzaakt ("maar mijn nonkel paft twee pakjes per dag en is 93!") of dat de overweldigende meerderheid van moordenaars mannen zijn ("Hoe seksistisch! Rosemary West was toch een vrouw?").

Ook in de politiek zijn veralgemeningen onontbeerlijk voor elk zinnig debat: over bruggepensioneerden, tweeverdieners en hoogopgeleide allochtonen, over CD&V-kiezers, onepercenters en de Vlaamse onderstroom.

Wie evenwel met opgeheven vinger gaat uitleggen dat je uit één slechte ervaring met een Berber niet mag afleiden dat "alle Berbers kwaaieriken zijn", zoals Gwendolyn Rutten met de beste bedoelingen deed in 'Reyers Laat', maakt een triviaal punt en tevens een karikatuur van de discussie. Natuurlijk zegt De Wever niet dat alle Berbers een gesloten geest hebben. Zelfs een racist als Filip De Winter zou het zo ver niet drijven.

Als we veralgemenen over culturen, moeten we natuurlijk wel empirische evidentie aandragen. Is er een bijzonder probleem met de integratie van de Berbergemeenschap? Zijn ze oververtegenwoordigd in de criminaliteitscijfers, of vatbaarder voor de lokroep van het kalifaat dan andere culturele minderheden? Of: als we alle "bekrompen pummels" in de VS bij elkaar optellen, komen we dan aan 160 miljoen stuks? Nadat we ons van die feiten vergewist hebben, kunnen we vervolgens oorzaak en gevolg uiteenrafelen. Is autochtoon racisme de oorzaak van die geslotenheid, of wordt ze er net door uitgelokt? Waarom zijn er zo'n opvallende verschillen in de integratie van etnisch-culturele minderheden?

Toegegeven: stereotypen kunnen erg vervelend zijn voor de leden van de groep op wie ze niet van toepassing zijn. Mocht ik een Berber zijn die gewoon zijn best doet om mee te bouwen aan onze samenleving, dan zou ik me daar ook geweldig aan storen. Dat mensen gediscrimineerd worden op de arbeidsmarkt omwille van rotte appels in hun gemeenschap, zelfs als die rotte appels wel degelijk talrijk zijn, kunnen we absoluut niet toelaten. Het pleidooi van De Wever zou dan ook geloofwaardiger zijn, indien hij minstens bereid was om praktijktests in te voeren. Herstel van wederzijds vertrouwen moet van twee kanten komen.

Tot slot: vormen de Berbers een gesloten gemeenschap? Historisch gezien waren ze alvast open van geest genoeg om de vreemde godsdienst van hun Arabische kolonisatoren te omarmen, al heeft dat enkele eeuwen in beslag genomen, en was dat aanvankelijk eerder uit zelfbehoud dan van harte.

Tot op vandaag vinden we in Algerije, Tunesië en Marokko echter een belangrijke stroming in de Berbergemeenschap die zich verzet tegen het Arabische islamisme, en die ijvert voor een seculiere en democratische samenleving. In Marokko werd de Berberse partij Parti démocrate amazigh marocain (PDA) opgericht, die ijverde voor secularisme en religieuze diversiteit, maar die in 2007 buiten de wet werd gesteld door de Marokkaanse overheid, wegens vermeend "etnocentrisch". De Algerijns-Berberse schrijver en activist Kateb Yacine verfoeide zelfs alle monotheïsmen, de islam in het bijzonder, als een bron van kwaad in de wereld. Of deze seculiere Berberse traditie ook vertegenwoordigd is in Antwerpen, weet ik niet. Maar ik hoop het van harte.

vrijdag 20 maart 2015

Laat de eclipsscepticus uw pret niet bederven

(De Morgen, 20 maart 2015)

Filosoof Thales van Milete was de eerste die een zonsverduistering kon voorspellen, althans volgens geschiedschrijver Herodotus. Als zijn overlevering klopt, moet dat op 28 mei van het jaar 585 voor onze tijdrekening zijn geweest. De tijdgenoten van Thales, de Meden en Lydiërs, die op dat eigenste moment een veldslag uitvochten, waren danig met verstomming geslagen door zijn voorspelling dat ze prompt hun strijdgewoel staakten en een bestand sloten. De kans dat vandaag na de zonsverduistering - rond 10.30 uur - de wapens zwijgen, pakweg in Oekraïne, lijkt helaas eerder gering.

Tegenwoordig halen velen de schouders op bij zo'n aangekondigd natuurwonder. Een zonsverduistering voorspellen? We weten toch ook wanneer Pasen dit jaar valt? So what? Journalist en lastpost Joël De Ceulaer, nochtans een minnaar van de wetenschap, mocht op Radio 1 de kniesoor uithangen: genoeg had hij van die eclipsheisa! Zal het hem worst wezen dat de maan morgen een hap uit de zon neemt en haar tot een stellaire smiley dwingt! Als het bewolkt is, hebben we die 375.000 debiele eclipsbrilletjes overigens voor niets gekocht! Drie hemellichamen op één lijn, wat is dat nu voor nieuws? Drie regeringspartijen op één lijn zou meer verbazing wekken.

Mijn beste Joël, het wonderbaarlijke aan een zonsverduistering is precies dat het géén nieuws is. De gebeurtenis die zich vandaag zal voltrekken, is inderdaad perfect voorspelbaar. Dankzij ons wetenschappelijk vernuft kunnen we jaren op voorhand exact voorspellen waar en wanneer de maan een streepje van ons zonlicht zal stelen. Diezelfde wiskundige formules laten ons eveneens toe om terug in de tijd te rekenen. Daarom weten we precies op welke dag de veldslag tussen de Meden en Lydiërs plaatsvond - opnieuw: als we de historie van Herodotus mogen geloven. Volgens schrijver Isaac Asimov is die veldslag meteen de eerste historische gebeurtenis ooit waarvan we de precieze datum kennen.   

Mag ik dat fascinerend vinden? De volgende complete zonsverduistering in België - ik heb het even opgezocht - zal pas plaatsvinden op zaterdag 23 september 2090. In Namen bereikt het spektakel om 19.32 uur zijn hoogtepunt, als het zwerk niet in de weg zit. Op een betrouwbare weersvoorspelling voor die dag is het nog even wachten.   

Beeldt u zich in: over dat jaar 2090, dat wellicht u noch ik zal meemaken, weten we nagenoeg niets te vertellen. Behalve die eclips is dat jaar in volstrekte duisternis gehuld. Mogelijk heeft de stijgende zeespiegel onze schone badsteden verzwolgen, heeft iemand de vlag van het kalifaat op de Naamse citadel geplant, heeft ggo-onkruid het hele land overwoekerd, werken we allemaal tot we 83 zijn, of hebben boosaardige robots de mensheid uitgeroeid -kies zelf uw angstvisioen.

Eén zaak staat buiten kijf: op 23 september rond 19.32 uur zal duisternis over Namen neerdalen, of wat daar nog van overschiet. Mijn voorspelling: ook dan zal er een eclipsscepticus opstaan om zich over de 'heisa' op te winden.

Zonsverduisteringen werden van oudsher opgevat als onheilsdragers, zoals zowat elk hemelverschijnsel waarvoor de bijgelovige mens geen verklaring wist te bedenken. Bij elke eclips of komeet dachten vrome gelovigen dat het Einde der Tijden was aangebroken. De Kerkvader Tertullianus (circa. 160-230) meende dat een zonsverduistering een blijk was van Gods toorn jegens ongelovigen. Zonder de wetenschappelijke revolutie hadden we ons vandaag misschien ter aarde geworpen en om vergiffenis gesmeekt voor onze vreselijke zonden. Scientia vincere tenebras. Door wetenschap de duisternis overwinnen. Of zo niet, dan toch minstens voorspellen.   

dinsdag 3 maart 2015

De student en de coelacant

(De Morgen - 3 maart 2015)

De coelacanth is een kwastvinnige vissoort waarvan het laatste exemplaar, zo meenden biologen lange tijd, aan het einde van het Krijt rondzwom, ongeveer 66 miljoen jaar geleden, toen een inslaande asteroïde drie kwart van alle levende soorten van de aard- en zeebodem wegvaagde. Tot een Zuid-Afrikaanse biologe in 1938 tot haar stomme verbazing een vers exemplaar ontdekte in de netten van een lokale visser. Organismen die er al miljoenen jaren uiterlijk hetzelfde uitzien, staan bekend als “levende fossielen”. Alsof ze uit het paleontologisch museum zijn ontsnapt en tot leven gewekt.
In mijn studententijd liepen ook een aantal levende fossielen rond: studenten die al sinds mensenheugenis in dezelfde aula’s vertoefden en dezelfde cursussen doorploegden, alsof de tijd was blijven stilstaan. Velen overleefden hun eigen proffen. Op deze eeuwige studenten, zo kopte De Morgen gisteren, wil Minister Hilde Crevits (CD&V) nu de “jacht openen” (DM 2/3). In feite is het jachtseizoen is al een tijdje geopend. Aan de KULeuven mogen studenten zich vanaf volgend academiejaar enkel herinschrijven voor dezelfde opleiding op voorwaarde dat ze voor minstens 30% van de vakken slaagden. Aan de UGent worden studenten na twee jaar aanmodderen geëvalueerd: wie voor minder dan 75% van de vakken uit het eerste jaar slaagde, mag de studieboeken opbergen.
Sommige studenten glippen echter door de mazen van het net en versluizen naar andere universiteit, alwaar ze zich opnieuw inschrijven voor dezelfde opleiding. Deze verloren gewaande studenten wil Crevits met haar nieuwe maatregel alsnog opvissen. Een centrale databank moet inzage bieden in het afgelegde studieparcours van instromende studenten. Op die manier kan de universiteit of hogeschool de slaagkansen van een kandidaat beter inschatten, en zo nodig strengere voorwaarden opleggen, of de inschrijving zelfs helemaal weigeren.
Bij rectoren en schooldirecteurs weerklonk gejuich, op de studiebanken vooral gemor. Studentenverenigingen vrezen dat deze maatregelen de “studiekansen zal beperken”. Een student moet de kans krijgen om met een schone lei te beginnen. Daar hebben ze natuurlijk gelijk in: de vraag is hoeveel keer diezelfde lei moet schoongeveegd worden.
Een studierichting, zo luidt het voornaamste argument van de studentenverenigingen, heeft niet noodzakelijk hetzelfde profiel aan verschillende instellingen. Dat de ene universiteit je herhaaldelijk flest, sluit niet uit dat de andere je een diploma zal uitreiken. Dat klinkt nogal speculatief: zou de ene universiteit totaal verschillende artsen, sociologen en ingenieurs produceren? Heeft een mislukt parcours aan de ene hogeschool geen enkele voorspellende waarde voor het succes aan de andere?
Natuurlijk legt elke opleiding eigen klemtonen, afhankelijk van de instelling. Bij mijn eigen studierichting destijds – filosofie – lagen de tradities van Leuven en Gent nogal ver uit elkaar. (De Gentse vakgroep, zoals iedereen inmiddels weet, brengt enkel neo-positivistische Verlichtingsfundamentalisten voort). Maar ook daar kunnen universiteiten rekening mee houden, wanneer ze zo’n doorgewinterde student met een hobbelig parcours aan het inschrijvingsloket krijgen. Een centrale databank die inzage biedt in het studiepalmares van de kandidaat, hoeft niet noodzakelijk de deur tot herkansing dicht te slaan.
Niemand heeft er baat bij dat studenten hun tijd verspillen aan een opleiding die niet voor hen is weggelegd. Noch de aanmodderende student zelf, noch de tot wanhoop gedreven docent, noch de samenleving die voor het onderwijs opdraait. Dat geldt zelfs voor filosofie. Iemand die in Gent zijn of haar innerlijke filosoof niet ontdekt, zal zich in Leuven niet plots tot een briljante wijsgeer ontpoppen. Beter dan dezelfde lei telkens opnieuw schoon te vegen, is om met een andere lei te starten. De oprichting van een centrale databank kan studenten aanmoedigen om zich sneller te heroriënteren en een opleiding te vinden die aansluit bij hun talenten en vaardigheden. Precies dezelfde opleiding aanvatten, aan een andere universiteit, heeft weinig zin. 
Dat is alsof Sisyphus dezelfde steen eens op een andere berg zou rollen.