dinsdag 26 januari 2016

De achterafgoderij van Rik Torfs

Is het scheppingsverhaal in de Bijbel bedoeld als feitelijke geschiedschrijving, waarbij de zes ‘dagen’ naar een gewoon etmaal verwijzen, of moeten we het verhaal als allegorie opvatten? Betekent het woord ‘jihad’ in de Koran een spirituele strijd tegen onze zondigheid, of gaat het om een oorlog voor de verspreiding van het ware geloof? Is de hel (in beide boeken) een plaats waar ongelovigen voor eeuwig zullen branden, of is het een metafoor voor ‘verlating van God’?

Religieuze doctrines worden, naarmate verlichting en wetenschap hun intrede doen, vaak tot metaforen omgeturnd, of afgezwakt, of met de stille trom afgevoerd. Bij elke stap vooruitgang die wetenschap doorheen de geschiedenis heeft gemaakt, verkleinde de ruimte voor mirakelen en werd God verder in de verdrukking gebracht. Ook in de ethiek zagen theologen zich genoodzaakt tot een inhaalbeweging. Met terugwerkende kracht gingen ze verlichte inzichten projecteren op hun favoriete heilige boek. Alsof die daar voor het grijpen lagen, en alsof de theologen er wel zelf waren achter gekomen, zonder de hulp van verlichting en wetenschap. Bij elke meter terrein die ze prijsgeven, wekten ze tegelijkertijd de indruk dat ze nooit enige aanspraak op die meter gemaakt hebben. In mijn boek Illusies voor gevorderden noem ik deze praktijk ‘achterafgoderij’.

In zijn recensie van mijn boek in De Standaard der Letteren, werpt de Leuvense rector Rik Torfs me de volgende vraag voor de voeten: “Eerlijk gezegd, Maarten Boudry, waar staan die dogma’s in de evangelieteksten, die enkel geloofsgetuigenissen zijn? Toon mij de ongerijmdheden. En de mirakels…” Een ongeschreven wet stelt dat auteurs niet op recensies behoren te reageren. Maar voor deze prangende vraag van de Leuvense rector, aan mij persoonlijk gesteld, maak ik een uitzondering.  
Neem het Bijbelse scheppingsverhaal van zonet. Torfs schrijft dat er helemaal geen conflict bestaat tussen de evolutietheorie en het “allegorische scheppingsverhaal” van de Bijbel. Dat conflict is zelf een illusie, die louter in mijn verbeelding bestaat. Eeuwenlang nochtans hebben de meest begiftigde christelijke denkers, en a fortiori het gewone volk, het boek Genesis als een grotendeels letterlijke beschrijving van het ontstaan van de wereld opgevat. Een mirakel dat zich in zes dagen voltrok (en dat overigens talloze tegenstrijdigheden bevat). Tot op vandaag gelooft meer dan 40% van de bevolking in de Verenigde Staten, net zoals zowat alle christelijke theologen tot de 19de eeuw, dat de wereld hoogstens 6.000 jaar geleden werd geschapen, ongeveer rond de tijd dat de Sumeriërs het spijkerschrift ontwierpen.

Hetzelfde geldt voor de verhalen over de zondvloed en de Ark van Noach, de splijting van de Rode Zee, de transformatie van Lots vrouw in een zoutzuil, en de talloze andere mirakelen in het Oude en Nieuwe Testament. Toch is religie volgens Rik Torfs niet in strijd met wetenschap. Dat ligt eraan. Als je elk religieus dogma tot een allegorie herleidt van zodra het door wetenschap is achterhaald, kan je geloof in principe nooit in botsing komen met wetenschap. Enkel door de opkomst van de moderne geologie in de 18de eeuw, en later de evolutietheorie van Darwin en Wallace, zijn theologen tot het ‘inzicht’ gekomen dat het Genesis verhaal slechts als allegorie bedoeld is.

Een zorgelijk neveneffect van deze illusie van de ‘achterafgoderij’ is dat ze verblindt voor de wortels van religieus fundamentalisme, hetzij christelijk creationisme, hetzij islamitisch jihadisme. Door zelf je eigen inzichten op de heilige teksten te projecteren, alsof die nooit iets anders betekend hebben, kan je je niet meer voorstellen dat iemand gewoon leest wat er staat. Creationisten hebben de Bijbel niet goed begrepen, zo klinkt het dan, en jihadisten zoeken gewoon een voorwendsel voor gruweldaden. Of zoals Torfs het uitdrukte: “religieuze fanatici geven nauwelijks om God”. Niemand is meer verblind voor de werkelijke betekenis van heilige teksten als de liberale gelovige die er lippendienst aan bewijst, maar die te intelligent of beschaafd is om ze ernstig te nemen.

Is het geloof van liberale gelovigen als Torfs dan helemaal verdampt in achterafgoderij? Blijven er geen dogma’s en mirakels over? Ik kan niet in zijn hoofd kijken, maar wellicht gelooft Torfs niet meer dat Jezus over water liep (Mattheüs 14:22-33), dat hij zijn vriend Lazarus uit de doden opwekte (Joh 11:43), of dat hij een troep demonen in een kudde varkens dreef, die zich vervolgens in een ravijn stortte (Marcus 5:12-13). Hopelijk gelooft Torfs ook dat de ‘hel’ waartoe Jezus iedereen verdoemt die niet gelooft dat hij de Zoon van God is, slechts een metafoor is.

Blijft nog dat ene mirakel dat voor de meeste christenen niet onderhandelbaar is: het dogma dat Jezus uit de doden is opgestaan. Ook Torfs gelooft daar kennelijk in. In zijn column van 16 december 2013 zegt hij een letterlijke verrijzenis te verkiezen, een bovennatuurlijke inbreuk op de wereld (je moet goed opletten als je het stuk leest, want de bekentenis zit achter dichte poëtische mistwalmen verscholen). De rector van de grootste wetenschappelijke instelling van ons land gelooft dus dat een lijk na drie dragen weer recht is geveerd.

Vroeg of laat komen theologen wel tot het ‘inzicht’ dat ook de verrijzenis en het bestaan van God slechts metaforen zijn. Luchtkastelen botsen vroeg of laat tegen de werkelijkheid, hoe goed je ze ook probeert op te lappen. Maar wat is “de werkelijkheid”, zo vraagt Rik Torfs zich ten slotte af? “Wat is waarheid?”, zo vroeg ook Pontius Pilatus aan Jezus, in het (uiteraard geheel allegorische) passieverhaal van Johannes. Nochtans is het eenvoudig. Jezus verrees uit de doden of hij deed het niet. Er bestaat een God of niet. De werkelijkheid is datgene wat is. De ironie is dat Rik Torfs zelf geen graten zag in dat begrip “werkelijkheid”, toen hij zijn bekentenis over de miraculeuze verrijzenis deed: “Daarom geloof ik eerder in een verrijzenis die iets, dan in een verrijzenis die niets met de werkelijkheid te maken heeft.” Precies. Tot die verrijzenis alsnog tot metafoor wordt omgesmeed natuurlijk.


vrijdag 22 januari 2016

Wafelijzermoraal

Het wafelijzer is, benevens culinaire erfgoed van België, ook een symbool voor haar institutionele absurditeit. Bij een ‘wafelijzerpolitiek’ wordt het beschikbare budget netjes over de verschillende landsdelen verspreid, teneinde het communautaire evenwicht te bewaren. Als er aan de ene kant geld wordt uitgegeven, dan moet er evenveel geld aan de andere kant belanden. Bedoeling is niet om middelen te besteden waar ze nodig zijn, maar om geen enkele partij te benadelen. Resultaat: verkwisting, nutteloze investering, prestigeprojecten.
Er bestaat echter ook een ‘wafelijzermoraal’, zo besefte ik toen ik voor De Morgen met Dyab Abou Jahjah in debat ging in het Grand Café in Brussel (Dyab had toevallig een Brusselse wafel besteld). Een aanhanger van de wafelijzermoraal is bereid om problemen aan de ene kant van het ijzer te erkennen, maar alleen op voorwaarde dat er evenveel deeg aan de andere kant terecht komt. Als je wil praten over problemen met de Arabische cultuur, of met de islam, of met allochtonen, zo luidt de redenering, moet je ook in één adem evenredige probleem erkennen met het Westen, met de Europese cultuur, of met het christendom. Bij Abou Jahjah gaat het om een misplaatste defensieve reflex ten overstaan van ‘zijn’ Arabische cultuur en godsdienst (nochtans is hij zelf ongelovig). Bij de vele progressieve westerlingen die dezelfde wafelijzermoraal hanteren, gaat het om een vorm van morele zelfkastijding. Voor de eigen stoep vegen, heet dat. De balk uit je eigen oog halen.
Wafelijzermoraal verblindt in beide gevallen voor reële culturele, politieke en institutionele verschillen. In het Engels spreekt men van ‘whataboutery’: die verkrachtingen in Keulen, allemaal goed en wel, maar wat met het Oktoberfest? Waarom enkel aandacht voor de gewelddadige uitwassen van de islam, maar niet voor de ‘christenfundamentalist’ die zwarten neerknalde in Charleston? Als de Arabische cultuur misogyn is, waarom de Belgische dan niet pedofiel? Natuurlijk waren er Pakistaanse verkrachtersbenden in Rotherham, maar wat met Pol Van Den Driessche? Het morele wafelijzer is een vorm van cultuurrelativisme: elk huisje heeft zijn kruisje, elke samenleving kent zijn problemen, elke religie is inwisselbaar, en wie zijn wij om te zeggen dat ‘wij’ beter zijn?
“Straffeloosheid bij verkrachtingen regeert hier ook”, zo liet de feministe Cathérine Ongenae me op Twitter weten. Mijn betoog over de misogynie in de Arabische wereld getuigde van een “patriarchale reflex”. Elders klonk het dat ik ‘neo-koloniaal’ of ‘racistisch’ was. De feministe Evelien Chiau erkende in De Morgen op zijn minst dat de positie voor vrouwen in het Midden-Oosten ‘erger’ is dan hier, maar ze deed het bijna terloops, in een betoog dat zich voorts enkel op België focuste (terwijl ik het niet eens over België had, maar over ‘het Westen’ in het algemeen). Waarom kunnen we geen relatieve culturele verschillen aankaarten, zonder meteen de discussie te verleggen naar wat ‘wij’ in België zoal op onze kerfstok hebben?
Natuurlijk is het in België geen paradijs voor vrouwen en zijn patriarchale reflexen en ‘victim blaming’ nog niet helemaal uitgebannen. Feministen genieten al mijn steun voor deze strijd. Nog niet zo lang geleden was onze inheemse cultuur zelf misogyn en streng patriarchaal. Maar we moeten hemelsbrede verschillen durven erkennen, in plaats krampachtig het wafeldeeg gelijkmatig te verdelen. Geen enkel Arabisch land haalt de top 100 van de Gender Gap Index van de World Economic Forum. Een ruime meerderheid van de moslims in de Arabische wereld vindt dat vrouwen altijd hun man moeten gehoorzamen (93% in Tunesië, 85% in Egypte). Een vrouw behoort zich volgens de traditionele islamitische cultuur zedig te sluieren om zich tegen begeerlijke mannenblikken te beschermen.
Macho-culturen in de Arabische wereld en in Latijns-Amerika doen expliciet aan ‘victim-blaming’. Draagt een vrouw een kort rokje of loopt ze onbedekt rond, dan gedraagt ze zich als een prostituee en moet ze achteraf niet komen klagen. In Egypte geeft 99,3% van de vrouwen aan dat ze al seksueel werden aangerand. Die verkrachtingen worden inderdaad ‘ernstig genomen’: niet zelden wordt het slachtoffer door de eigen familie bestraft of zelfs vermoord, om de schande uit te wissen. In sommige Arabische landen voorziet de wet nog steeds de mogelijkheid om een verkrachter zijn schuld kwijt te schelden, als hij bereid is om met het slachtoffer te trouwen (in 2012 bestond het systeem nog in acht Arabische landen, maar ook in Latijns-Amerika). Wie denkt dat die ‘straffeloosheid’ van dezelfde orde is als de (reële) problemen hier in België, lijdt aan morele myopie.
Dat het zo lastig is om dat hemelsbreed cultuurverschil te erkennen, komt voort uit een morele reflex die op zich nobel en begrijpelijk is. Wijzen op culturele verschillen in ‘ons’ voordeel, ruikt naar superioriteitsdenken. Een vreemde cultuur op de korrel nemen lijkt op een koloniale mentaliteit, op zelfgenoegzame borstklopperij, op de ‘white man’s burden’ van Rudyard Kipling. Wie echter terugdeinst om wantoestanden bij andere culturen te benoemen, uit angst om van onfrisse ideeën verdacht te worden, stelt zijn persoonlijke morele smetteloosheid boven het reële lijden van slachtoffers. Progressieve denkers die overal het morele wafelijzer hanteren en alleen maar voor de ‘eigen’ stoep willen vegen, plegen verraad tegen de principes waarvoor ze beweren te staan.

(Column Liberales. Ingekorte versie overgenomen door NRC)

woensdag 20 januari 2016

Dubbelinterview met Dyab Abou Jahjah in De Morgen

'De feiten hadden niets te maken met deze of gene cultuur' 'Natuurlijk wel: met een toxische mengeling van religie en cultuur'

(De Morgen - 16 januari 2016)
Activist Dyab Abou Jahjah (44) en filosoof Maarten Boudry (31) kunnen het goed met elkaar vinden. Maar ze verschillen fundamenteel van mening over de massa-aanrandingen in Keulen en Zweden, en wat daaraan ten grondslag ligt. Een duel op het scherpst van de snede.
"Ik ben bang", zegt Dyab Abou Jahjah. "Ik ben echt bang dat het de komende jaren uit de hand loopt. We zitten volop in de logica van de escalatie. Aan de ene kant zijn er de mensen die nu denken dat Europa wordt overspoeld door buitenlandse hordes die hier de vrouwen komen verkrachten, aan de andere kant moslims en mensen van Arabische origine die woedend worden van al die vooroordelen, en die soms zin hebben om te roepen dat alle Belgen pedofiele racisten zijn. En wie wrijft zich in de handen?
Extreemrechts en IS."


"Iedereen moet het hoofd koel houden", zegt Maarten Boudry. "De reactie in Duitsland was al met al beheerst. Bij velen die de vluchtelingen aanvankelijk welkom heetten, heeft de vertwijfeling toegeslagen, maar het is een kleine minderheid die overgaat tot wraakacties. De beste remedie tegen de ziekte van polarisatie is een dieet van feiten. Dus laten we alstublieft geen nakende burgeroorlog aankondigen. Dan doe je zelf mee aan het opbod dat je net aan de kaak wilt stellen."
Op Twitter kruisen ze geregeld de degens, maar dit is hun eerste dubbelinterview. Dyab Abou Jahjah (44) is activist bij Movement X en columnist bij De Standaard. Maarten Boudry (31) is filosoof aan de UGent en komt in opiniestukken vaak scherp uit de hoek, onder meer als islamcriticus.
Boudry: "Ik zal niet zeggen dat Dyab een held van me was, maar ik had dertien jaar geleden grote bewondering voor hem. Ik vond het knap hoe hij Filip Dewinter aanpakte.
"Ik was ook helemaal mee met het discours van de zelfkastijding en het schuldcomplex: ik was uitgesproken links en dacht dat 'onze cultuur' nog niet klaar was voor de mondige allochtoon die ons de les kwam spellen. Tot ik besefte dat een andere huidskleur geen vrijgeleide mag zijn om iemand om het even wat te laten zeggen."
Abou Jahjah: "Maar ik kreeg toch helemaal geen vrijgeleide. Men wilde mij en de AEL, de Arabisch-Europese Liga, kapotmaken."
Boudry: "In de Nederlandse krant Trouw heb je ooit gezegd dat je een voorstander was van de invoering van de sharia. Dat vond ik verfoeilijk."
Abou Jahjah: "Ik was AEL-voorzitter en dat idee moest ik tegen mijn eigen overtuiging in verdedigen. Het was een compromis tussen de seculiere en de islamistische vleugel van de AEL in Nederland. Een tjevenstandpunt, want het was een pleidooi voor de sharia, maar dan zonder de wrede straffen."
Boudry: "Toen heb ik afgehaakt. Vandaag vind ik het goed dat je een column schrijft. Jouw stem is nodig. Maar je kunt niet meer volhouden dat je onderdrukt wordt. En met dat paternalisme van links ben ik het ook niet meer eens."
Abou Jahjah: "Een paternalist is voor mij erger dan een racist. Met wie hadden wij vroeger een probleem? Niet met het Vlaams Belang, want die kwamen uit voor hun racisme en zaten in het cordon sanitaire. Nee, wij hadden een probleem met het linkse en liberale establishment, met de hele integratiesector. Die sector is toch maar een industrie om op onze kap jobs en geld binnen te halen. Vandaag is dat nog altijd zo, maar nu heet het de deradicaliseringsindustrie. En de AEL kreeg geen paternalistische schouderklopjes, wij kregen een lawine van onderdrukking over ons heen."
Boudry: "In sommige kringen werd je op handen gedragen."
Abou Jahjah: "Een aantal intellectuelen en journalisten waren slim genoeg om niet mee te doen aan de criminalisering."
Laten we het eens over Keulen hebben, heren. Hoe kijken jullie daarnaar?
Boudry: "Het moet vreselijk zijn als je niet binnen mag in een dancing of geen job vindt omwille van je huidskleur. Maar wat we in Keulen hebben gezien, is het omgekeerde. Net omdat het om daders van Noord-Afrikaanse origine ging, heeft iedereen te lang gezwegen. Het was een soort positieve discriminatie. Gelukkig heeft de waarheid de politieke correctheid ingehaald."
Abou Jahjah: "Zeker nu blijkt dat het ordinaire dieven waren."
Boudry: "Dat is toch onzin. Slachtoffers werden door tientallen mannen bepoteld. Hoeveel keer kun je dezelfde handtas stelen?"
Abou Jahjah: "Volgens de Duitse politie ging het om georganiseerde diefstal, met seksuele aanranding. Dat maakt het niet minder erg, maar de feiten zijn de feiten."
Boudry: "Ik vind dat een ontkenning van de feiten. Het heeft dagenlang geduurd voor we wisten dat de daders van Noord-Afrikaanse origine waren. En dan nog hebben de media dat met grote schroom en terughoudendheid geschreven. Zo heeft men de xenofobie en het racisme, dat men wilde voorkomen, alleen maar erger gemaakt. De daders hebben een voorkeursbehandeling gekregen omwille van hun huidskleur, net zoals in Rotherham (in 2014 kwam aan het licht dat Pakistaanse loverboys tussen 1997 en 2003 minstens 1.400 kinderen en tieners hadden verkracht in de Britse stad Rotherham en omstreken, red.) en in Zweden."

Abou Jahjah: "Ik ken maar één vorm van privilege die gebaseerd is op huidskleur: white privilege. Als je een blanke man bent, heb je privileges. Je komt overal mee weg. Niet als individu, maar wel als collectief. Een blanke man die een misdaad pleegt, is altijd een individu. Als blanke mannen vrouwen of kinderen verkrachten, worden er nooit collectieve conclusies getrokken. Als gekleurde mannen iets verkeerds doen, hebben alle Arabieren het gedaan. En dat is onaanvaardbaar. Deze feiten hadden niets te maken met deze of gene cultuur."
Boudry: "Maar natuurlijk wel. Dat is toch duidelijk."
Abou Jahjah: "In een rechtsstaat moet criminaliteit geval per geval worden beoordeeld. En bendevorming moet worden aangetoond."
Sommigen beweren dat het om een Arabische vorm van groepsaanranding gaat. De term 'taharrus jama'i' begon deze week ineens te circuleren.
Abou Jahjah: "Dat is gewoon de vertaling van collectieve intimidatie, iets wat overal ter wereld gebeurt bij massa-evenementen. Overal.
Tijdens het San Fermin-festival in Spanje, bijvoorbeeld. Of vorig jaar tijdens het Oktoberfest in Alkmaar."
Boudry: "Nu creëer je een morele equivalentie die niet klopt."
Abou Jahjah: "Ik wil gewoon aantonen waar jij een grote denkfout maakt. Als zoiets gebeurt tijdens een rockfestival, trek jij geen conclusies over de westerse beschaving."
Boudry: "Natuurlijk niet. Tijdens het Oktoberfest ging het om hooligans, en het is bekend dat we daarmee een probleem hebben. Dat is een subcultuur, en die moeten we ook zo benoemen. De incidenten in Keulen en elders hebben niets met huidskleur te maken, maar met een toxische mengeling van cultuur en religie. Waarin de vrouw wordt beschouwd als een seksueel lustobject, als iemand die minderwaardig is en zich in het openbaar moet bedekken."
Abou Jahjah: "Nu heb je het over de islam?"
Boudry: "Over de islamitische cultuur, ja."
Abou Jahjah: "En bij die hooligans heb je het niet over de Europese cultuur?"
Boudry: "Nee. In de rangschikking van het World Economic Forum wat betreft vrouwenrechten staat geen enkel Arabisch land in de top 100. Libanon, Saudi-Arabië, Syrië, Egypte: ze bengelen allemaal onderaan. En dat is geen toeval. Dat heeft te maken met een cultuur en religie die vrouwen als minderwaardig beschouwt, als wezens die alleen maar prostituee kunnen zijn als ze niet gesluierd zijn."
Abou Jahjah: "Nu haal je twee dingen door elkaar. De Arabische wereld kent een zeer conservatieve moraal, die onderdrukkend is voor vrouwen. Dat klopt. De mainstream is problematisch voor vrouwenrechten, problematischer dan de Europese mainstream. Maar dat mag je niet vermengen met seksueel geweld tegen vrouwen en verkrachting. Dat is een andere discussie." 
Boudry: "Op het Tahrirplein werden vrouwen massaal verkracht, zowel door de betogers als door de politie."
Abou Jahjah: "Tijdens de massademonstraties op het Tahrirplein in Caïro werden vrouwen aangerand. Dat is juist. Maar nogmaals, dat gebeurt ook op andere plekken in de wereld waar massa's dronken of gedrogeerde mannen aanwezig zijn. Op het Tahrirplein ging het bovendien om laaggeschoolde, vaak analfabete mannen. Het waren criminelen die zich als roofdieren gedroegen."
Zegt u nu: ocharme, die mannen?
Abou Jahjah: "Nee, ik zeg niet: ocharme. Ik vel geen oordeel, ik analyseer wat er aan de hand is. Zulke collectieve vormen van seksueel geweld, ook in San Fermin in Spanje, ook tijdens het carnaval in Brazilië, worden meestal gepleegd door mannen met een vergelijkbaar socio-economisch profiel. En als mannen uit de middenklasse vrouwen verkrachten, gebeurt dat niet op straat, maar achter gesloten deuren. En als je dan naar de cijfers kijkt, zien we geen verschillen meer tussen culturen. Verkrachting is een groter probleem in Duitsland dan in Turkije."
Boudry: "Ik zal niet ontkennen dat er bij collectieve aanrandingen een verband kan zijn met de maatschappelijke status van de daders. En dat verkrachting overal ter wereld een probleem is. Maar waar jij de ogen voor sluit, is dat er grote verschillen zijn die hun oorsprong vinden in cultuur. In landen als Saudi-Arabië en Egypte geven vrouwen verkrachting zelfs niet aan, omdat er toch straffeloosheid heerst. En dat heeft wel degelijk met cultuur te maken: het idee dat een verkrachting wordt uitgelokt door de vrouw. In het Westen wordt een vrouw die verkracht is, ernstig genomen door de politie."
Abou Jahjah: "Dan moet je eens een paar getuigenissen lezen, dat is zeker niet altijd zo."
Boudry: "Vrouwen doen niet altijd aangifte, dat is waar. Het is ook moeilijk te bewijzen, omdat het vaak woord tegen woord is. Maar als een verkrachting kan worden bewezen, wordt de dader zwaar gestraft. Dat is in de Arabische wereld niet het geval. Er bestaat ook een groot verschil in definitie van verkrachting. In Zweden zijn de cijfers de voorbije jaren de hoogte in geschoten, dat land zou nu het slechtste scoren van de hele wereld."
Volgens Etienne Vermeersch zou dat te maken kunnen hebben met de recente instroom van moslims.
Boudry: "In die discussie zou ik mij liever niet mengen, al lijkt het mij aannemelijk. Maar een andere verklaring is zeker dat de definitie van verkrachting in Zweden ruimer is dan in andere landen: niet alleen penetratie, maar ook betasting geldt er als verkrachting. Dat is een progressieve wet, die de cijfers omhoog stuwt."
Abou Jahjah: "De andere koplopers qua verkrachting wereldwijd zijn Brazilië en Rusland. En daar heeft het niets met de definitie te maken. En ook niet met een Arabische cultuur. De cijfers in Egypte komen zelfs niet in de buurt van die landen."
Boudry: "In Egypte wordt nauwelijks aangifte gedaan. Maar weet je wat mij nog het meeste stoort aan je standpunt, Dyab? Dat je de culturele factor niet alleen ontkent, maar dat je de redenering zelfs omdraait. In een recente column suggereerde je dat de daders in Keulen te goed geïntegreerd zijn in onze cultuur, die te laks zou zijn wat betreft geweld tegen vrouwen."
Abou Jahjah: "Dat was een denkoefening, had je dat niet door?"
Boudry: "Ik vind het onverantwoord dat je daarmee je achterban het gevoel geeft dat er geen vuiltje aan de lucht is."
Abou Jahjah: "Dat valt me tegen van jou, Maarten. Ik probeer uit te leggen waarom een halve waarheid gevaarlijker is dan een hele leugen. Ik toon met die denkoefening gewoon aan wat culturaliseren is. Zal ik eens beginnen over pedofilie? Zullen we dat ook eens aan een bepaalde cultuur gaan koppelen? Ik ben tégen die logica, ik ben tégen het culturaliseren van criminaliteit.
"Als het seksuele geweld van Europese mannen niet aan hun cultuur kan gekoppeld worden, mag je dat met die van Arabische mannen ook niet doen. Men tast vandaag onze eerbaarheid aan. Wij moeten ons nu verantwoorden voor verkrachtingen waarmee we niets te maken hebben. Dat is alsof alle Belgen zich moeten verantwoorden voor de misdaden van Dutroux."
Boudry: "Culturaliseren is niet verkeerd, als je het met degelijke argumenten doet. Zeggen dat de Europese cultuur laks is voor seksueel geweld, is diametraal tegengesteld aan de waarheid. In deze Europese cultuur wordt zelfs verkrachting binnen het huwelijk erkend, in de rest van de wereld niet."
Abou Jahjah: "Dat is het institutionele kader, dat heeft niets met cultuur te maken. In de Europese cultuur worden vrouwen geïnstrumentaliseerd. Haal het institutionele kader hier weg, en je zult meteen zien dat mannen zich ook straffeloos zullen voelen."
Boudry: "Maar enfin, Dyab. 'Uw vrouwen zijn een akker voor u, zo komt dan tot uw akker wanneer gij maar wilt.' Dat staat in de Koran. Heeft wat in Keulen gebeurd is, daar niets mee te maken?"
Abou Jahjah: "Dat heeft daar niets mee te maken."
Boudry: "Daar kan ik niet bij."
Abou Jahjah: "De Koran is conservatief, dat klopt. Maar een man die een vrouw lastigvalt in Libanon of Syrië, zal het meteen aan de stok krijgen met andere mannen. De sociale controle is groot, en mannen zullen altijd de vrouw verdedigen. In Libanon en Syrië schrikken mannen ook niet van een sexy geklede vrouw. Er zijn wijken in Beiroet waar vrouwen zich veel uitdagender kleden dan waar ook in Europa."
Dan bent u tegen het idee om vluchtelingen uit Syrië en Irak seksuele opvoeding te geven?
Abou Jahjah: "Ik vind het belachelijk om nog maar te denken dat wij, Arabische mannen, seksuele opvoeding nodig hebben. De Arabische cultuur is conservatief, maar het respect voor vrouwen is groot."
Boudry: "Ik vind die seksuele opvoeding een goed idee. Ik ben het eens met de Nederlandse schrijver Hafid Bouazza, die vindt dat we die mannen moeten leren dat vrouwen niet minderwaardig zijn. En we mogen ook niet toelaten dat die mannen zich opsluiten in hun eigen gemeenschap.
"We hebben de morele plicht om vluchtelingen op te vangen, maar we moeten opletten dat onze draagkracht niet overschreden wordt. Niet onze economische draagkracht, want geld hebben we genoeg, maar onze culturele draagkracht. We moeten vluchtelingen gelijkmatig verspreiden over alle steden en gemeenten. Als rotte appels in groten getale kunnen samentroepen en afspreken om vrouwen te bestelen en lastig te vallen, dan zullen ze zich straffeloos blijven voelen."
Abou Jahjah: "Seksuele opvoeding is op zich niet verkeerd, maar dan voor iedereen. Ook voor politici en andere mannen met macht, die vrouwen niet met respect behandelen."
Boudry: "Dat gaat om een paar individuele gevallen."
Abou Jahjah: "Wie is er nu defensief, Maarten?"
Boudry: "Maar die politici vertegenwoordigen de Europese cultuur niet."
Abou Jahjah: "En die daders in Keulen vertegenwoordigen de Arabische cultuur niet. Wie daarvan uitgaat, zit in de logica van de jaren 30. Ik ben heel blij dat Mein Kampf van Hitler opnieuw is uitgegeven. Het debat zoals dat vandaag wordt gevoerd, schept een intellectueel kader waarin een discours zoals dat van Hitler weer kan aanslaan."
Boudry: "De terugkeer van de jaren 30 is een afgekauwd cliché, dat aan beide kanten van het politieke spectrum te pas en te onpas wordt gebruikt. Volgens de ene is de islam het nieuwe nazisme, volgens de andere is islamofobie het nieuwe fascisme. De jaren 30 zijn terug, maar beide kanten moeten alleen nog overeenkomen wie de nieuwe bruinhemden zijn. Ik vind het allebei onzin."
U noemt terreurgroep IS altijd 'fascistisch', mijnheer Abou Jahjah. Zal die bende ooit verdwijnen?
Abou Jahjah: "Extreemrechts uit zich in de Arabische wereld op een religieuze manier, in Europa op een raciale manier. Volledig verdwijnen zal dat nergens, ook niet in de Arabische wereld. Maar op termijn zal IS minder relevant worden. Het zal weer een kleine piratengroep in de woestijn worden, zoals in het begin." 
Boudry: "Ik ben ook tamelijk optimistisch op dat punt. IS gaat zo drastisch en gruwelijk te werk dat ze de hele moslimgemeenschap tegen zich in het harnas jagen. Zelfs de Saudi's, toch hun nauwste ideologische verwanten, spuwen hen uit."
Abou Jahjah: "Volledig akkoord. Onlangs schoot een gast van IS zijn eigen moeder dood. Een groter taboe bestaat niet in de
Arabische cultuur. Maar als IS verdwijnt, is het probleem niet weg. Al Qaida zal blijven. En die organisatie is veel rationeler dan IS, en dus op termijn veel gevaarlijker, omdat ze meer mensen kunnen rekruteren."
Boudry: "IS zal inderdaad verdwijnen, maar het probleem met de islam beperkt zich niet tot terrorisme. Het probleem is de status van de Koran. Daarom heb ik de gematigde moslims in een opiniestuk ooit opgeroepen om niet langer de Koran te gebruiken om moslimterroristen te bestrijden. Als je met een salafist over de islam discussieert op basis van de aanname van een onfeilbare Koran, dan wint de salafist. Wie in de Koran aan kersenpluk wil doen, moet heel goed zoeken om kersen te vinden die niet rot zijn."
Abou Jahjah: "Jij trapt in de val van de salafisten. Jij neemt de Koran even letterlijk als zij. Terwijl er stromingen zijn in de islam die religie veel rationeler bekijken, die aan een humanistische en tijdsgebonden interpretatie van de teksten doen."
Even tussendoor: jullie zijn allebei ongelovig?
Boudry: "Ik ben katholiek opgevoed, maar ben nu een radicale atheïst."
Abou Jahjah: "Ik ben een culturele moslim. Ik geloof niet en ik praktiseer niet, maar ik ben geen atheïst, ik ben een agnost. Ik vind dat een bescheidener standpunt dan geloof of atheïsme. En als ik de islam en het christendom met elkaar vergelijk, dan zie ik dat er veel meer gewelddadige verzen in het Oude Testament staan dan in de Koran."
Boudry: "Maar dat is het punt niet. De Koran bevat aansporingen tot een heilige oorlog die je in de Bijbel niet terugvindt."
Abou Jahjah: "Daar maak je weer een fout. De term 'heilige oorlog' komt in de Koran niet voor. Jihad is een containerbegrip dat strijd betekent. En dat kan op alle mogelijke manieren worden geïnterpreteerd."
Boudry: "Dat meen je niet, je weet dat dat niet waar is."
Abou Jahjah: "Maak alsjeblieft geen intentieproces, luister gewoon naar wat ik zeg. Elke arabist zal je zeggen dat jihad van alles kan betekenen. Er bestaat een interpretatie waarin jihad voor de heilige oorlog staat, maar niet in de Koran."
Boudry: "Toch wel, want in de Koran gaat het over de strijd voor de verspreiding van het geloof."
Abou Jahjah: "Nu ben jij een salafist, Maarten. Want nu neem je de interpretatie van de salafisten over. De mainstream-islam weigert die interpretatie en aanvaardt alleen een defensieve oorlog, onder twee voorwaarden: als het je niet wordt toegelaten om moslim te zijn, en als men je uit je huis verdrijft."
Boudry: "Hoe werd het islamitische imperium dan uitgebouwd? Louter defensief?"
Abou Jahjah: "Op basis van de motieven die aan elk imperium ten grondslag liggen: hebzucht, arrogantie, machtswellust. Het islamitische rijk verschilde op die punten niet van het Romeinse of het Perzische."
Boudry: "Het ging om de verspreiding van het ware geloof."
Abou Jahjah: "Dat zegt IS, dat zegt Al Qaida. Maar de mainstream-islam is het daar niet mee eens."
Boudry: "Dat is mogelijk, maar mijn punt is: in een discussie zal de mainstreammoslim altijd het onderspit delven." 
Abou Jahjah: "Als jij je morgen bekeert tot de islam, Maarten, ben je meteen bij IS."
Tot slot: moeten we het salafisme verbieden?
Boudry: "Nee. Ik denk dat wij elkaar daar vinden. We zijn allebei radicaal voor de vrijheid van meningsuiting. Maar ik vind het wel moedig van Dyab dat hij al een paar keer duidelijk heeft aangegeven dat het salafisme wel degelijk een probleem vormt, niet enkel het jihadisme."
Abou Jahjah: "Dat klopt. De meeste salafisten zijn vreedzame mensen, maar dat wil niet zeggen dat ik het salafisme niet problematisch vind. Dat Maarten de impact van het salafisme overschat, heeft te maken met het feit dat de Saudi's hun versie van de islam in het Westen zo goed promoten.
"IS bestrijden doet Saudi-Arabië nauwelijks. De Saudi's zijn geobsedeerd door Iran. Als IS een bedreiging wordt voor henzelf, zullen ze iets doen, maar hun engagement is niet structureel. Iran is iets anders: nu de Amerikanen hun relaties met Iran normaliseren, hebben de Saudi's de daver op het lijf." Moeten we nog zaken doen met Saudi-Arabië?
Boudry: "In een ideale wereld niet. Maar als we alle bruggen opblazen, hebben we geen hefboom meer om de mensenrechten in het land te beïnvloeden. Al moeten we dat dan ook wel echt doen. We moeten een veel grotere vuist maken."
Abou Jahjah: "Nu ontgoochel je me weer. We moeten Saudi-Arabië boycotten, net zoals we dat vroeger met Zuid-Afrika hebben gedaan. In Saudi-Arabië bestaat ook een vorm van apartheid. Idem dito voor Israël: ook met dat land zijn we niet consequent."
Boudry: "Nu hanteer je weer het morele wafelijzer. Sorry, maar Israël - met alle kritiek die je op dat land kunt hebben - is niet te vergelijken met Zuid-Afrika of Saudi-Arabië."
Abou Jahjah: "Het is nog erger, want ze doden meer mensen, en ze doen dat onder het mom van democratie en mensenrechten."
Boudry: "Strooien de Saudi's briefjes uit boven Jemen om te waarschuwen dat ze gaan bombarderen, zoals Israël dat doet in Gaza?"
Abou Jahjah: "Vind jij het oké als ze vijf minuten van tevoren briefjes strooien, of een sms'je sturen? Dat doen ze zelfs niet overal."
Boudry: "Er is een moreel onderscheid. Israël wil burgerslachtoffers vermijden. En als een radicale zionist een aanslag pleegt in Israël, wordt hij ook berecht."
Abou Jahjah: "Israël viseert wel burgers, dat zeggen Amnesty én Human Rights Watch. En zelfs de Israëlische schrijver Amos Oz schrijft dat er in Israël apartheid heerst."
Boudry: "Ach, dat is weer die typisch linkse zelfkastijding."
Abou Jahjah: "We moeten eigenlijk nog een tweede interview doen, maar dan alleen over Israël."
Boudry: "Prima. Zeg maar wanneer."

JOËL DE CEULAER

dinsdag 19 januari 2016

Waarom zedig zwijgen over geïmporteerde misogynie?

Evelien Chiau was “echt verbijsterd” over mijn uitspraken over verkrachting in het dubbelinterview met Dyab Abou Jahjah. ‘Verkrachte vrouwen worden hier ernstig genomen’, zo liet ik optekenen, in tegenstelling tot de Arabische wereld. Verkrachting is echter moeilijk te bewijzen, voegde ik daaraan toe, waardoor het vaak woord tegen woord blijft en het aantal effectieve veroordelingen ook in Europese landen laag ligt. Chiau betwist dat verkrachte vrouwen hier ernstig worden genomen: slechts vier procent van de aangiften in België leidt tot veroordeling, vergeleken met veertien procent in andere Europese landen.
Dat een klacht niet tot een veroordeling leidt, kan echter meerdere oorzaken hebben. Ook het vermoeden van onschuld is nu eenmaal een centrale pijler van een rechtstaat. Een dader vrijuit laten gaan is erg, maar een onschuldige opsluiten nog erger. Ook andere verklaringen zijn mogelijk: een onvindbare dader, een valse klacht, een gebrek aan middelen, een ambigue relationele situatie, of inderdaad – zoals Chiau aangeeft – een verfoeilijke vorm van ‘victim blaming’. De kloof met andere Europese landen is merkwaardig, maar de cijfers zelf bieden geen uitsluitsel.
Een belangrijker bezwaar is dat Chiau mijn uitspraak uit de context rukt. Het debat met Abou Jahjah ging over de relatieve cultuurverschillen tussen het Westen en de Arabische wereld, en de vraag of die culturen met elkaar in botsing kwamen in Keulen op oudejaarsnacht. Dat lijkt me volstrekt evident. Een vrouw heeft volgens de traditionele islamitische cultuur zelf de plicht om zich zedig te sluieren en zich tegen begeerlijke mannenblikken te beschermen. Macho-culturen in de Arabische wereld en in Latijns-Amerika doen expliciet aan ‘victim-blaming’: Draagt een vrouw een kort rokje en wordt ze aangerand, dan moet ze achteraf niet komen klagen. Niet zelden wordt het slachtoffer door de eigen familie bestraft of zelfs vermoord, om de schande uit te wissen. In sommige Arabische landen voorziet de wet nog steeds de mogelijkheid om een verkrachter zijn schuld kwijt te schelden, als hij bereid is om met het slachtoffer te trouwen. De toestemming van het slachtoffer is uiteraard van geen belang (in 2012 bestond het systeem nog in acht Arabische landen, maar ook in Latijns-Amerika). Geen enkel Arabisch land haalt de top 100 van de Gender Gap Index van de World Economic Forum. Dat wil niet zeggen dat het voor vrouwen hier een paradijs is. Beter kan het overal. Maar is het zo moeilijk om op zijn minst te erkennen dat er een hemelsbreed verschil is? Over Keulen en de geïmporteerde misogynie rept Chiau met geen woord. Als we verkrachte vrouwen echt ‘ernstig willen nemen’, zoals Chiau schrijft, moeten we ook die diagnose durven te stellen. Dat ze de context van de cultuurkloof verzwijgt waarin ik mijn uitspraken heb gedaan, ruikt naar die typische westerse zelfkastijding die ik in het dubbelinterview net laakte.

(De Morgen, 19/01/16)


vrijdag 8 januari 2016

Gevoelige snaren en onwelgevallige waarheden

Mensen sluiten hun ogen soms voor een bittere waarheid. Dat is niet verwonderlijk, want de wereld heeft soms onaangename verrassingen voor ons in petto. Wij nemen onze wensen voor werkelijkheid, maar de wereld laat zich niet vermurwen. De werkelijkheid, zo schreef de science fiction schrijver Philip K. Dick, is datgene wat weigert weg te gaan wanneer je ophoudt erin te geloven.

In mijn boek Illusies voor gevorderden poog ik aan te tonen dat waarheid altijd beter is, hoe pijnlijk of verontrustend ook. Marcel Proust was ervan overtuigd dat we allemaal enkele ‘kleine waanbeelden’ nodig hebben om ons leven leefbaar te houden, maar in mijn zoektocht naar zulke heilzame illusies kwam ik van een kale reis terug. Illusies hebben onverwachte neveneffecten en zijn zelden onschuldig. Beter dus om met de waarheid in het reine te blijven.

De filosoof Floris van den Berg noemde me onlangs een ‘waarheidsnudist’: iemand die te allen tijde de naakte waarheid verkiest. Die geuzennaam wil ik met trots dragen, maar toch moeten we opletten met zulke retoriek. De verleiding bestaat om je daarin te vergalopperen. Wie zichzelf als een heldhaftige waarheidsvorser voorstelt, die de waarheid onverschrokken in de ogen kijkt, loopt het risico om in de tegenpool van wensdenken te vervallen: de aanname dat we in de pijnlijkste van alle denkbare werelden leven.

Een grote denker die zich aan die denkfout bezondigde, was Sigmund Freud. Freud geloofde dat zijn psychoanalyse allerlei pijnlijke waarheden over de mens had onthuld. Hij noemde ze ‘krenkingen’ van ons narcisme, die op universele ‘weerstand’ botsten. In alles wat ons dierbaar is, ontwaarde Freud duistere driften, verdrongen perverse fantasieën, anale fixaties en dies meer. Zo overtuigd was hij van deze ‘pijnlijke waarheden’ dat hij zich nauwelijks de moeite getroostte om ze empirisch te onderbouwen. Dat zijn theorieën de goegemeente schokten, toonde volgens hem dat hij op het goede spoor zat. Wie ze niet aanvaardde, was gewoon niet mans genoeg.

De waarheid kan kwetsen, maar wat kwetst is niet noodzakelijk waar. Dat is de drogreden die schuilt in uitdrukkingen als ‘een gevoelige snaar raken’ of de ‘vinger op de zere plek’ leggen. Die worden door sommigen te pas en te onpas gebruikt wanneer de inhoudelijke argumenten zijn uitgeput. Iemand reageert verontwaardigd of geërgerd op je uitlatingen, waarop je opmerkt dat je kennelijk een ‘gevoelige snaar’ hebt geraakt, dat je een ‘ongemakkelijke waarheid’ hebt blootgelegd. Maar misschien heb je gewoon iets gezegd wat echt absurd of verfoeilijk is. De retoriek over ‘gevoelige snaren’ is zelf een ergerlijk denkfout. Misschien is dat wel de pijnlijke waarheid.

(Filosofie Magazine - Column)

woensdag 6 januari 2016

Slecht nieuws voor mensen die houden van slecht nieuws

De jongste jaren is hun aantal onrustwekkend gegroeid. Sommigen zijn van vreemde origine, maar velen zijn hier in onze eigen contreien opgegroeid. Negatieve ervaringen en frustraties zouden de voedingsbodem zijn van hun nihilisme en hun verwerping van de moderniteit. Onze jonge generaties blijken helaas vatbaar voor hun zwarte wereldbeeld.

Doemdenkers - of wat dacht u? In de eindejaarsperiode mogen deze professionele zwartkijkers, galspuwers en pretbedervers traditioneel nog eens opdraven om te verkondigen dat het vijf voor twaalf is, of vijf over twaalf, of half één. Volgens de Nederlandse filosoof Rob Riemen, in een gretig gedeeld interview in Knack, leven we in het "tijdperk van de georganiseerde domheid" en laten we ons allemaal "verneuken" waar we bij staan. Hij doet een oproep aan alle "weldenkende mensen" om zich te verenigen tegen de barbarij, voor het te laat is. Voor Riemen is de Europese cultuur onze enige redding, in een oceaan van duisternis.

In Waarover men niet spreekt van de publicist Wim van Rooy lezen we zelfs dat de islam het nieuwe nazisme is, dat gestaag oprukt en binnenkort onze Europese cultuur overrompelt. Ook de Britse schrijfster en ex-non Karen Armstrong is "doodsbang over onze toekomst, en dat wordt alleen maar erger". Maar Armstrong is niet bang van de islam; zij is net bang van figuren zoals Wim van Rooy e tutti quanti, die haar herinneren aan de opkomst van Hitler. De jaren 30 zijn terug, zoveel is zeker. Nu alleen nog uitmaken wie de bruinhemden zijn. Voor Armstrong is het Westen de zondebok, voor Riemen en Van Rooy onze enige redding tegen de barbarij. Er luidt ergens een onheilsklok, maar niemand weet de klepel hangen. De barbaren staan aan de poort, ze moeten alleen nog hun visitekaartje afleveren.

De meeste doemprofeten zijn aanstellers, maar de nieuwjaarsbrief van Tessa Vermeiren in deze krant, waarin ze haar eigen uiteengespatte illusies over de Arabische wereld beschreef, klonk oprecht ontredderd. Vooruitgangsoptimisme noemt ze "fluiten in het donker". Toch is de wereld niet gevaarlijker en onveiliger dan vroeger, voor wie op statistieken in plaats van krantenkoppen vertrouwt. Negen miljard mensen zullen elkaar altijd voldoende geweld aandoen om een jaaroverzicht rijkelijk te vullen. Goed nieuws is geen nieuws.

SHARE
'Behoudens de goddelijke interventie waar ze op hopen (quod non), is het kalifaat gedoemd om roemloos te verdwijnen.'
De objectieve risico's van terrorisme voor elk van ons zijn verwaarloosbaar. Badkuipen, bijenzwermen en broodroosters zijn nog altijd dodelijker dan terroristen. In de VS had je afgelopen jaar minder kans om door een terrorist omver geknald te worden dan door een peuter. Natuurlijk hebben terroristen, in tegenstelling tot broodroosters, de doelbewuste intentie om zoveel mogelijk mensen de dood in te jagen, en slaan ze volkomen willekeurig toe, op de meest spectaculaire manier. Dat is hun strategie: door een handvol willekeurige mensen te treffen, jaag je miljoenen de daver op het lijf.

Noch de ideologie van het salafi-jihadisme is nieuw, noch de strategie van terreur als intimidatie. Enkel het gebruik van moderne communicatiemiddelen is ongezien en verbijsterend succesvol (vergelijk met de gortdroge videotoespraken van Osama bin Laden). Deels orkestreert IS die zelf, deels buiten ze onze eigen disproportionele aandacht voor rampnieuws uit. Alsof de rattenvanger van Hamelen zijn panfluit in dolby surround over de hele natie kan bespelen, begeleid door bezwerende videobeelden.

Maar is het jihadisme een 'existentiële bedreiging' voor onze samenleving, een ernstige uitdager van de liberale democratie? Totaal niet. De geschiedenis wijst uit dat terroristen altijd verliezen, tenzij ze beperkte en haalbare territoriale eisen stellen. De eisen van ISIS - wereldwijde vestiging van een kalifaat onder de sharia - zijn knettergek en compleet ononderhandelbaar, zelfs voor hun nauwste ideologische verwanten, het salafistische koningshuis van Saudi-Arabië. Behoudens de goddelijke interventie waar ze op hopen (quod non), is het kalifaat gedoemd om roemloos te verdwijnen.

Naarmate terroristen driester te werk gaan, slinkt de sympathie in hun eigen gemeenschap. Na de moordaanslag op Charlie Hebdo weerklonken kreten dat de cartoonisten hun verdiende loon hadden gekregen, of dat ze het op zijn minst zelf gezocht hadden. Dat refrein verstilde na de tweede aanslagengolf in Parijs in november. De exodus van Syrische en Irakese moslims, die het goddeloze Westen verkiezen boven het kalifaat, is een opdoffer voor de terreurgroep. De visvijver voor hun rekrutering is niet oneindig, en de groeiende spot op sociale media (ook van moslims) doet hen veel pijn.

Natuurlijk zorgt terreur voor wederzijds wantrouwen tussen de gemeenschappen, maar het zorgt ook voor het besef dat we een gemeenschappelijke vijand delen. Bij moslims rijst ook het inzicht dat een vrome beleving van hun geloof, door een letterlijke lezing van de heilige boeken, tot een onmenselijke gruwelen kan leiden. Er is een stille revolutie aan de gang in het Midden-Oosten, zo schreef Thomas Friedman in The New York Times, die moslims wegdrijft van de islam, of althans de fundamentalistische strekkingen. Velen hebben hun buik vol van de moellahs en de haatpredikers, van het onophoudelijke sektarische geweld. Laat mij maar dit deuntje fluiten in deze donkere dagen.

(De Morgen, 06/01/16)