vrijdag 30 september 2016

Denkfouten: Whataboutery

Loepzuivere drogredenen zijn zeldzame creaturen. Men treft ze aan in handboeken logica, maar zelden in het echte leven. Vaak leunen denkfouten dicht aan bij geldige vormen van argumentatie. De precieze scheidingslijn trekken, op basis van de vorm of structuur, is geen sinecure.

Niettemin heb ik onlangs toch een 24-karaats specimen aangetroffen. De historicus Jeroen Bouterse reageerde op mijn essay Disbelief in belief op 3 Quarks Daily, waarin ik betoogde dat seculiere westerlingen tegenwoordig vervreemd zijn van de kracht van geloof, en het daarom moeilijk hebben om zich te verplaatsen in het perspectief van godsdienstfanatici. Dat lusthof met 72 maagden, of die schepping in zes dagen, gelooft iemand die onzin écht?

Bouterse was het op de website Geloof & Wetenschap volmondig met me eens dat “ideeën ertoe doen”, en loofde mijn oproep om ons te verplaatsen in ander denkwerelden. Maar hij had een ander bezwaar:

“‘Waaraan’, zou ik Boudry vervolgens willen vragen, ‘denk je in de eerste plaats, wanneer je ons oproept religieus denken niet te negeren? Ben je gegrepen door de rijkdom van Augustinus’ filosofie … Vind je dat de middeleeuwse islamitische theoloog Al-Ghazali een paar interessante wetenschapsfilosofische thema’s aansnijdt?’”

Dat ik enkel over fanatisme schrijf, reveleert volgens Bouterse de “eigenlijke inzet” van mijn betoog. Dit is een schoolvoorbeeld van wat in het Engels bekend staat als whataboutery. In plaats van op een betoog in te gaan, kaats je de bal naar een ander speelveld: ‘But what about X?’ In het Nederlands kunnen we het watmetterij noemen. Waarom, vraagt Bouterse zich retorisch af, spreek ik enkel over moderne godsdienstwaanzin, en niet over Augustinus en Al-Ghazali? Wie het spel kent, kan de bal makkelijk terugkaatsen: waarom reageert Bouterse op een essay van een obscure wetenschapsfilosoof? Wat met al die andere belangwekkende, prikkelende, relevante onderwerpen?

Soms kan de keuze voor een onderwerp een vooroordeel of agenda verraden, maar niemand kan over alles tegelijk schrijven. Dan is het makkelijk om op je eigen stokpaardje te klimmen: waarom zwijg je zo veelzeggend over klimaatopwarming, walvissenjacht, kruistochten, fiscale fraude…? Vind je dat soms niet belangrijk?

In dit geval kaderde mijn focus op jihadisme in een academisch dispuut over de volgende vraag: geloven religieuze mensen daadwerkelijk wat ze beweren te geloven, of verbeelden ze zich dat alleen maar? Eén strategie om dat te onderzoeken, is te kijken naar vrij extreme vormen van religieus gedrag: een zieke die medische hulp weigert, hopend op een mirakel, of iemand die zichzelf opblaast om als martelaar in het paradijs te komen. Bij scholastische wijsgeren, die hun leven grotendeels in hun studiekamer doorbrengen, is dat lastiger uit te maken.

Rest nog de vraag: van alle mogelijke denkfouten die ik deze keer kon bespreken, waarom uitgerekend deze? Vind ik ad hominem soms niet zo erg?

(Filosofie Magazine, oktober 2016)

zaterdag 17 september 2016

Niet racisme maar onze gevoeligheid ervoor is in opmars


Zelden zoveel voorwaardelijke zinsconstructies na elkaar gehoord als donderdagavond in Ter Zake. Open VLD parlementslid Luk Van Biesen wrong zich langs de nodige bochten om zich, indien hij verkeerd begrepen zou geweest zijn, eventueel te verontschuldigen voor het voorval dat zich zou hebben voorgedaan indien we degenen mogen geloven die zijn woorden verdraaid hadden (of zouden hebben). Het parlementslid was formeel: indien iemand anders in het halfrond zoiets zou gezegd hebben – of zou beschuldigd worden van iets dergelijks gezegd te hebben – dan zou Van Biesen de eerste zijn om recht te veren en dan – euhm – dezelfde valse beschuldigingen te uiten.

Ten eerste, als Van Biesen wil vermijden dat hij, naast het voltallige halfrond, alle krantencommentatoren en zijn eigen partij, ook nog taalcolumniste Ann De Craemer over zich heen wil krijgen, dan moet hij ophouden “moest” te zeggen in plaats van “mocht”. Dat kan handig zijn, mocht hij zich nog eens in voorwaardelijke zinswendingen willen uitputten voor een volgende stommiteit. Als hij dat niet kan opbrengen, keert hij beter terug naar Kraainem, het keuterdorp waaruit hij klaarblijkelijk is ontsproten (Excuses aan alle Kraainemnaars die mij per se verkeerd willen begrijpen).

Dat hij het woord “Marokko” uitsprak in het parlement, toen hij Meryame Kitir iets toebeet na enkele pousse-café’tjes, dat wil hij nog net erkennen. Maar het was zeker niet aan haar gericht, hoogstens aan de – overigens “zeer performante” – voormalige werknemers. Die waren zo  verbluffend goed in hun vak, aldus Van Biesen in Ter Zake, dat ze eigenlijk eender waar aan de slag zouden kunnen na ontslag. “Ergens anders ter wereld”, dat wou Van Biesen eigenlijk zeggen, maar om de een of andere reden was het eerste land dat hem te binnen schoot – met mevrouw Kitir in zijn gezichtsveld – “Marokko”.

Minstens zo belangrijk als het incident zelf, is de universele en kordate veroordeling van Van Biesens lapsus. Zelfs zijn eigen partijleden gingen zich donderdag al - terecht - uit plaatsvervangende schaamte excuseren bij Kitir. Dat een dwaze uitschuiver van een parlementslid, met inderdaad racistische ondertoon, meteen alle voorpagina’s van de nationale kranten haalt, betekent dat onze tolerantiedrempel voor racisme sterk gedaald is. Dat zijn de ‘Better Angels of our Nature’ waarover de psycholoog Steven Pinker spreekt in zijn gelijknamige boek over morele vooruitgang, naar de gevleugelde woorden van Abraham Lincoln. Vergis u niet: niet racisme is aan een opmars bezig, wel onze gevoeligheid ervoor.

Laten we immers wel wezen: dit blijft een randgeval van racisme, omdat Van Biesen niet expliciet naar ethnie of huidskleur verwijst, en geen superioriteit van zijn eigen ras uitspreekt (het zou er nog aan mankeren!). Er is enkel een even vage als vuige insinuatie, een dronken lapsus van iemand die zijn parlementaire zitbank voor een cafétoog hield. Maar een doorgewinterde racist haalt er zijn schouders voor op: die kan nog wel wat erger verzinnen, als hij in zijn stamcafé oreert. 

Terwijl ik dit stuk uittik, werd bekend dat Van Biesen zijn bochtenwerk alsnog heeft afgerond en mea culpa sloeg voor de camera’s van het éénuurjournaal, met Kitir aan zijn zijde. Of zijn “betere engelen” hem vannacht iets in het oor hebben gefluisterd, dan wel de spookverschijning van Gwendolyn Rutten, laat ik hier nog in het midden. Chapeau in ieder geval voor de ruimhartige Kitir, die naar eigen zeggen blij is “dat het probleem erkend is”.
Wat Van Biesen in de Kamer precies heeft uitgekraamd, in zijn onnavolgbare Kraainemse koeterwaals, zullen we misschien nooit weten. Of het zou van de liplezers van het parlement moeten komen. Van Biesen beloofde in zijn mededeling nog initiatieven om racisme “op alle vlakken te bestrijden”. Misschien eens denken aan praktijktests op de arbeidsmarkt, voor van die werkgevers die vinden dat al die “bruine mannen” maar in Marokko werk moeten zoeken? 


(De Morgen, 17 september 2016)

vrijdag 9 september 2016

Glasnost voor de agnost

Dyab Abou Jahjah schrijft in De Standaard dat ik “helemaal de pedalen verlies” als ik over de islam schrijf, maar op de drie kernpunten van mijn betoog geeft hij me wel (knarsetandend) gelijk: IS-terroristen hebben een religieuze drijfveer (contra Coolsaet & Ramadan), de hele orthodoxe islam is dringend aan hervorming toe, en die hervorming zal van binnen de gemeenschap moeten komen. Nog enkele rechtzettingen.

Na de beruchte uitspraak van Jan Jambon over feestende moslims op straat, had ik naar een interview verwezen met een bandlid van The Eagles of Death Metal, die hetzelfde getuigde na de aanslagen in Parijs. Dat is op zich geen gekke complottheorie: terroristische organisaties gedijen bij gratie van steun bij een deel van de gemeenschap van waaruit ze rekruteren (zie het onderzoek van Mark Juergensmeyer). Dat tienduizenden IS-sympathisanten de aanslagen op sociale media toejuichten, is een aantoonbaar feit. Dat er daarvan geen enkele in Parijs zou rondlopen, zou sterk verbazen. Niettemin: Jesse Hughes bleek na enig opzoekwerk een nogal volatiele figuur met een verleden van bedenkelijke uitspraken. Niet geloofwaardig als getuige dus, wat ik meteen heb getweet“Die kerel heeft inderdaad een vijs los. Ik neem zijn uitspraken niet langer ernstig, ook niet wat ik eerder tweette.” Dyab weet dat, want de tweet was aan hem gericht. Dat hij die kwestie nu opnieuw oprakelt, zelfs na mijn publieke terugtrekking, is niet alleen laag, maar geeft aan hoe diep hij moet graven om mij in diskrediet te brengen.

Dat ISIS slechts een kleine minderheid binnen een minderheid vormt in de moslimwereld (enkele tienduizenden aanhangers wereldwijd), heb ik nergens ontkend. Mijn punt was dat, wie die open deur blijft intrappen, voorbijgaat aan het veel grotere probleem met de orthodoxe islam. Ook dat erkent Abou Jahjah, zij het met de vrijblijvende en nietszeggende term “problematische elementen”, wellicht het grootste eufemisme dat ik ooit van deze scherpe polemist las. Concreet: slechts een kleine fractie van de Egyptische moslims is aanhanger van ISIS, maar niettemin vindt 64% dat afvalligen de doodstraf moeten krijgen. Moeten we dat geruststellend vinden?

Tot slot: hervormers als Maajid Nawaz, Bassam Tibi en Irsjad Manji zijn wel degelijke gelovige moslims. In de anti-radicaliseringsdenktank Quilliam van Nawaz werken zelfs islamtheologen, zoals de moedige Usama Hasan, die een lans brak voor de evolutietheorie en daarvoor prompt - het wordt voorspelbaar - met de dood werd bedreigd. Andere activisten die ik noemde, zijn culturele moslims, afvalligen, of agnosten zoals Abou Jahjah. Moeten we die uitsluiten van hervormingspogingen? Neem Abou Jahjah zelf, een culturele moslim met een Arabische achtergrond, die er nog niet aan uit is of Allah al dan niet bestaat. Vergelijk dat met mij, een blanke ex-katholieke atheïst, die zeker weet dat Allah niet bestaat. Drie keer staat Abou Jahjah dichter bij de moslimgemeenschap. Iemand met die achtergrond zou men moeilijk kunnen wegzetten als een losgeslagen islamofoob met een Europese superioriteitswaan. Een beetje zoals Abou Jahjah graag met mij doet.

En inderdaad: laten we ook progressieve imams als Khalid Benhaddou en Brahim Laytouss meer aan het woord laten. Hopelijk kunnen zij de rol van moslimhervormer wél waarmaken.

donderdag 8 september 2016

Luister naar moslimhervormers

(De Standaard, 8 september 2016)
De Amerikaanse onderzoeker David Cook, auteur van doorwrochte studies over eindtijddenken en jihadisme, zei vorige week inTrouwdat er een ‘gigantische onwil’ bestaat bij veel kenners, en zelfs bij veiligheidsdiensten, om moslimradicalen op hun woord te geloven. Helaas heeft hij overschot van gelijk. Gisteren zong de islamapologeet Tariq Ramadan nog eens het vrome refrein dat IS-terroristen om ‘niet-godsdienstige redenen’ toeslaan, ongeacht wat ze zelf uitschreeuwen (DS 7 september). De echte drijfveer is gewoon ‘betekenis geven aan hun leven’ en ‘dagelijkse frustraties’ overwinnen.
Ook bij veel seculiere ongelovigen, vervreemd van de kracht van religieus geloof, bestaat er een verbijsterend onvermogen om de religieuze wortels van jihadisme in te zien, en een heilige schrik om religie tegen de borst te stuiten. De kalief bezit een doctoraat islamologie, en de obsessie met religieuze teksten spat van elke pagina van het IS-tijdschrift Dabiq, maar Rik Coolsaet debiteert over IS-strijders: ‘De Koran hebben ze nooit gelezen’ en ‘godsdienst of politiek heeft daar weinig mee te maken’. Hadden alle kruisvaarders dan de Bijbel bestudeerd? Wil dat zeggen dat de kruistochten niets met het Christendom te maken hebben? ‘Er niet bij horen’, daar ontspruit volgens Rik Coolsaet de Syriëgang. Men vraagt zich af of moslims in Saudi-Arabië en Tunesië, hofleveranciers van IS, ook het gevoel hadden ‘er niet bij te horen’.
Onfeilbare Koran
Die discussie is al vaker gevoerd, en ze kan u wellicht vervelen, maar ik wil hier iets anders aankaarten. Er is een stem in dit debat die nauwelijks aan bod komt. In een stuk voor Free Inquiry schrijft de Iraaks-Amerikaanse activist Faisal Saeed Al Mutar dat er met betrekking tot radicalisme twee strekkingen bestaan binnen de moslimgemeenschap (behalve de radicalen zelf). Naast de religieuze apologeten als Ramadan is er een groeiende groep ‘moslimhervormers’, die erkennen dat jihadisten hun inspiratie putten uit een rechtlijnige en radicale lezing van dezelfde heilige teksten waaraan orthodoxe moslims – ook de apologeten – lippendienst bewijzen. Deze hervormers beseffen ook dat het probleem met islamfundamentalisme veel groter is dan IS. Peilingen van het Pew-onderzoekscentrum laten zien dat er onrustwekkend grote steun is in de Arabische wereld voor de invoering van de sharia, de steniging van overspelige vrouwen, en de doodstraf voor afvalligen en homoseksuelen. Die achterlijke ideeën, zo beseffen moslimhervormers, vinden hun oorsprong in het eveneens wijdverbreide geloof in de onfeilbaarheid van de Koran. Apologeten folteren de heilige tekst en pleiten religie vrij, moslimhervormers zien in dat de heilige teksten zelf aan herziening toe zijn.
Het probleem is dat deze groep hervormers in de media nauwelijks aan bod komt. Uitentreuren komen de gekende apologeten opdraven, zoals Tariq Ramadan, Karen Armstrong, Rik Coolsaet en John Esposito, om ons gerust te stellen dat IS niets met de islam te maken heeft, en dat alle fouten bij het ‘Westen’ liggen.
Wanneer horen we bijvoorbeeld eens de Pakistaans-Britse activist Maajid Nawaz, een voormalige jihadist die nu strijdt tegen radicalisering? Of iets academischer, de Duitse moslimhervormer Bassam Tibi, auteur van talloze werken over moderniteit en islam, en oprichter van de Arabische Organisatie voor Mensenrechten? Laat eens moslimactivisten als Maryam Namazie, Taslima Nasreen, Asra Nomani, Irsjad Manji, of afvallige moslims als Faisal Saeed Al Mutar en Ali Rizvi aan het woord. Zij strijden al lang voor mensenrechten en democratie in de Arabische wereld, en weten verdomd goed dat het probleem bij de religieuze doctrines ligt.
Ongelovige honden
In Vlaanderen zijn dergelijke moslimhervormers helaas schier onbestaande, of zwichten ze voor de intimidatie van radicale geloofsgenoten. De filmmaker Ismaël Saidi en islamoloog Rachid Benzine, die een filmproject aankondigden om de Koran te historiseren, moesten hun plannen meteen onder doodsbedreigingen afblazen. Ex-moslims blijven al helemaal onder de radar, om redenen die voor zich spreken.
Dyab Abou Jahjah zou, als seculiere moslimintellectueel en columnist van deze krant, deze constructieve rol van moslimhervormer op zich kunnen nemen. Maar in plaats daarvan neemt hij (uitgerekend als agnost) de haatverzen in de Koran in verdediging, gelooft hij tot op vandaag dat in Keulen ordinaire zakkenrollers aan het werk waren, en praat hij Vlaamse moslims een achtervolgingswaan aan door te verkondigen dat ze de ‘nieuwe joden’ zijn, ondanks alle vrijheden die ze hier genieten, en dat de jaren 30 om de hoek loeren. En zet hij iedereen als ‘islamofoob’ weg die daar anders over denkt.
Ongelovige honden mogen blijven blaffen, maar de echte hervorming zal van binnen de islam moeten gebeuren. Laten we de moslimhervormers steunen, en hen vooral aan het woord laten.