maandag 30 januari 2017

Waarom het vooruitgangsoptimisme het Trumpoceen zal overleven

De laatste zin van mijn essay over doemdenken (Zeno 22/10) blijft me achtervolgen. Bij de inauguratie van Trump hebben verschillende mensen me er opnieuw aan herinnerd. Daar schreef ik dat ik me pas tot het doemdenken zou bekeren indien de opvolger van Obama niét Clinton zou heten. Maar, zo voegde ik eraan toe, ik was er gerust op.

Het ondenkbare is dan toch geschied. Donald Trump werd ingehuldigd als 45ste president van de Verenigde Staten. Diverse wilde plannen om hem alsnog van het presidentschap af te houden, door het kiescollege te manipuleren of een preventieve afzetprocedure op te starten, bleken ijdele hoop. Op Twitter gonsde zelfs de hashtag #Calexit, naar een paniekerig plan van Silicon Valley-ondernemers om Californië (op haar eentje de zesde economie ter wereld) van de VS af te scheuren. Die steekvlammen, inmiddels alweer uitgedoofd, tonen aan hoe verbijsterd iedereen was over de verkiezingsuitslag, en hoe groot de Glaubensunwilligkeit was.

Dat komt niet alleen door de bubbel van de progressieve 'mainstream media'. Niemand minder dan The Donald zelve was verrast. Op de avond van de verkiezingen had hij enkel een bescheiden hotelruimte geboekt, om zijn verwachte nederlaagspeech snel af te raffelen. Dat zelfs Trump, een narcist met een ego ter grootte van Californië, zijn eigen winstkansen onderschatte, geeft aan hoe ongezien de gebeurtenissen waren. Net zoals bijna iedereen had Trump geloof gehecht aan de peilingen van de verfoeide mainstream media. Enkele weken voor de verkiezingen heb ik zelfs gewed dat ik een positief stuk over het christendom zou schrijven indien Trump zou winnen (kun je nagaan).

De kunst van voorspellen

Voorspellingen maken is moeilijk, zei de fysicus Niels Bohr ooit, vooral als het over de toekomst gaat. Gedrag van menselijk kiesvee voorspellen is nog moeilijker. De verkiezing van Trump was mogelijk een vorm van een zelfweerleggende voorspelling, het minder bekende broertje van de zelfvervullende voorspelling. Dat alle peilingen winst voor Clinton voorspelden, ondermijnde de motivatie van Democratische kiezers om naar de stembus te trekken: de buit was toch al binnen. De Trump-aanhangers van hun kant beseften dat ze alles uit de kast moesten halen. Dat Clinton de gedoodverfde opvolgster van Obama was, lokte bovendien frustratie uit bij veel kiezers. In de publieke perceptie had de Democratische partij ons Hillary door de strot geramd. Lang voor de stembusslag aanbrak, gingen de media er al vanuit dat Clinton het zou halen.

Dat had natuurlijk ook met de strapatsen van Trump zelf te maken. Veel mensen gingen ervan uit dat Trump het op zovele manieren zo bont had gemaakt, dat hij zijn eigen winstkansen tot nihil had herleid. Met name na het lekken van de beruchte grab 'em by the pussy-tape, was ik zelfs opgelucht dat hij éindelijk zijn politieke lot had bezegeld. Met een electoraat dat voor 50 procent uit vrouwen bestaat, zou het toch onmogelijk worden om nog verkozen te raken? Quod non. (53% van de blanke vrouwen stemde voor Trump, alle poezengraaierij ten spijt) 

De zelfgenoegzaamheid van het Clinton-kamp tijdens de campagne was bijwijlen verbluffend. Tijdens de debatten leunde Clinton soms gewoon achterover om te aanhoren hoe Trump zichzelf in de vernieling reed. Reageren was zelfs de moeite niet meer. Die zegezekere houding heeft wellicht, bij mensen die snakken naar verandering van het status quo, baldadig en opstandig kiesgedrag in de hand gewerkt: alles om te bewijzen dat hun stem er wel toe doet. De morele banvloeken over de vuilbekkerij van Trump, hoe onterecht ook, droegen wellicht bij aan die proteststem. Clinton moest winnen, de zege kwam haar toe, iedereen verwachtte dat ze zou winnen. En daarom verloor ze.

Ter gelegenheid van de inauguratie van Trump heb ik eens The End of History and the Last Man van Francis Fukuyama gelezen. De politieke wetenschapper kondigde in 1992, na de val van de Berlijnse Muur, het einde van de geschiedenis aan. Niet dat er niet langer gebeurtenissen zouden zijn op het wereldtoneel, maar volgens Fukuyama had de liberale democratie de strijd van de geschiedenis gewonnen. Er waren niet langer geloofwaardige ideologische alternatieven na de val van de Muur en de ineenstorting van de Sovjet-Unie. Dat is volgens Fukuyama geen toeval: de geschiedenis is een pijl met een richting. Ze is niet cyclisch, zoals de antieken dachten, maar ze kent een min of meer lineair verloop.

In het licht van wereldgebeurtenissen sindsdien - de opkomst van rechts populisme en islamitisch fundamentalisme - hebben velen het vooruitgangsdenken van Fukuyama afgeschreven als grenzeloos naïef, een typische exponent van westers triomfalisme na de overwinning op het communisme. Wat niet helpt, is dat Fukuyama sterk is beïnvloed door de metafysica van Hegel, een obscurantist die zich verbeeldde dat de objectieve Geest - met hoofdletter uiteraard - in de wereldgeschiedenis tot zelfontplooiing komt, met zichzelf (Hegel) als eindpunt. (Iemand anders die Hegel goed gelezen had, was Karl Marx.)

De hegeliaanse onzin over dialectische schema's van meester-slaafrelaties maakt het betoog van The End of History niet geloofwaardiger. Maar Fukuyama geeft ook meer overtuigende argumenten voor zijn progressieve geschiedopvatting. De argumentatie van Fukuyama is complex, maar de voornaamste motor achter lineaire vooruitgang is volgens hem wetenschappelijke kennis. Die is bij uitstek cumulatief: kennis bouwt verder op eerdere kennis, en zodra je ze verworven hebt, is ze nog moeilijk ongedaan te maken. Fukuyama is ook gematigder dan Hegel: hij gelooft niet dat het verloop van de geschiedenis onafwendbaar is. De geschiedenis blijft grillig en onvoorspelbaar, maar als je voldoende uitzoomt, dan kun je een zekere richting ontwaren, zeker sinds de moderniteit. Die stelling wordt ook ondersteund door recente boeken van vooruitgangsdenkers als Steven Pinker en Johan Norberg.

Weerwraak

En dat brengt ons terug bij Trump. Wat vermag iemand als Trump op het wereldtoneel? Is hij slechts een golfslag van de geschiedenis? Of kan hij het hele schip - de liberale rechtsorde - doen kapseizen? De verkiezing van Trump is zonder enige twijfel een onrustbarende gebeurtenis, die zelfs een verstokte vooruitgangsdenker als ik somber stemt over de (nabije) toekomst. De man is een complete onbenul, een megalomane narcist, een rancuneuze en impulsieve driftkikker. Maar hoeveel schade kan hij aanrichten? Belangrijk is dat Trump bovenal een demagogische windhaan en kazakkendraaier is. Hitler of Lenin waren gevaarlijk door hun ideologie, Trump door zijn complete gebrek daaraan. Dat hij op economisch vlak voor protectionisme en tegen globalisering kiest, is vrij duidelijk, net zoals de risico's die aan zo'n beleid verbonden zijn (mogelijkheid tot handelsoorlog). Maar welke strapatsen heeft hij nog zoal in petto? Dat blijft erg onduidelijk.

Neem het Midden-Oosten. Zal hij Assad terug in het zadel hijsen, samen met Rusland, maar dan ook met hun aartsvijand Iran? Wat zal hij met de Koerden doen, de voornaamste bondgenoten in de strijd tegen IS, en met hun strijd voor onafhankelijkheid? Wat zal NAVO-bondgenoot Turkije daarvan denken, of van Trumps plannen om de Moslimbroederschap, waarmee Erdogan sympathiseert, op de lijst van terreurorganisaties te zetten? In zijn inauguratiespeech belooft Trump dat de VS zich zullen terugtrekken uit het wereldtoneel en alle militaire tussenkomsten zullen staken, maar tezelfdertijd klopt hij zich op de borst dat hij het "islamitisch terrorisme" zal uitroeien. Maar hoe zal hij die hydra met elfendertig hoofden, verspreid over de hele wereld, in godsnaam vernietigen zonder militair ingrijpen?

Het ziet ernaar uit dat Trump op het internationale strijdperk, maar ook op andere domeinen, nog af te rekenen krijgt met een te duchten vijand, die niet snel voor hem zal zwichten, en die niet onder de indruk is van zijn bovenmaatse ego: de werkelijkheid. Binnenkort moet hij al zijn knettergekke beloften inlossen: de belofte om een muur te bouwen in Mexico (onbetaalbaar), om moslims de toegang tot het land te ontzeggen (ongrondwettelijk), om bedrijven terug naar de VS te halen (onrealistisch) en om Obamacare af te schaffen (risico op chaos). Het feit dat hij nu al terugkrabbelt op al die domeinen, spreekt boekdelen.

De wederwraak van de werkelijkheid belooft zoet te zijn. Protectionisme is een recept om jezelf in de vingers te snijden, zo vertellen ons economische experts, en kan tot een escalerende handelsoorlog leiden. De meeste banen in de Amerikaanse Rust Belt zijn trouwens verdwenen door automatisering, niet door een vlucht naar lagelonenlanden. Opnieuw inzetten op steenkoolmijnen houdt economisch geen steek. Nog los van de scepsis over klimaatopwarming zijn hernieuwbare energiebronnen vandaag een groeiende en winstgevende markt. Die kan ook Trump niet negeren, zelfs als hij de Parijs-akkoorden aan zijn laars lapt. In de porseleinwinkel genaamd Midden-Oosten dreigt Trump nog veel meer brokken te maken dan Obama en zelfs Bush ooit gedaan hebben. En natuurlijk zal Mexico nooit die onnozele muur betalen, als het al zover komt.

Argusogen

Daarbij komt dat miljoenen argusogen op Trump gericht zijn, wat hij ook uithaalt. Er kwamen meer mensen opdagen voor de protestmars tegen Trump dan voor zijn inauguratie zelf. Een autocraat uit het verleden kon zijn eigen waarheid opleggen aan het volk, door de media en andere informatiekanalen te controleren, maar anno 2017 is dat ijdele hoop. In die zin is Trump in het verkeerde tijdperk geboren: iemand als Stalin of Ceaușescu kon wegkomen met flagrante leugens over volksopkomsten (Trump over zijn inauguratie) of kon ongemerkt een eigen applauscomité organiseren voor zijn eigen toespraken (Trump bij de CIA). Maar in tijden van internet en massamedia wreekt zich dat.

Trumpoceen

Dat ligt in de lijn van Fukuyama's analyse: liberale democratieën, met hun persvrijheid en scheiding der machten en (relatief) vrije markten, werken gewoon beter dan andere samenlevingsmodellen. Zodra die instituten voldoende robuust zijn, zoals in de VS van vandaag, wordt het moeilijk voor één enkele persoon - of zelfs een hele regering - om die aan het wankelen te brengen. Op verschillende beleidsdomeinen dreigt Trump zijn eigen Republikeinse partij tegen zich te keren, en dan kunnen de zaken snel geblokkeerd zitten. Zelfs al zou Trump willen, dan kan hij nog de persvrijheid niet aan banden leggen, of abortus weer strafbaar maken in de VS, of het Congres buitenspel zetten. Loutere pogingen daartoe dreigen zelfs als een boemerang in zijn gezicht terug te keren.

Niettemin kan Trump in tussentijd wel enorme economische en politieke ravages aanrichten, en ook morele schade, bijvoorbeeld door de herinvoering van foltering en de drooglegging van ngo's die abortusrechten verdedigen in ontwikkelingslanden. En laten we niet in de val van Hegel trappen. Vooruitgang is een historisch feit, maar de geschiedenis is geen verhaaltje met een vooraf bepaalde afloop. Dat de wereld verder evolueert in de richting van liberale democratie is waarschijnlijk, maar niet onafwendbaar. Ook een echte catastrofe, zoals een nucleair conflict, is nooit volledig uitgesloten. De vaart der volkeren tendeert in een bepaalde richting, maar ze kan altijd ontsporen. Laten we hopen dat het Trumpoceen slechts vier jaar duurt, en dat we het heelhuids doorstaan.

(De Morgen

dinsdag 10 januari 2017

Racisme 2.0.?

Michael De Cock beweert dat ik haatpraat op internetfora genre “weeral een bruine minder”, als reactie op het Turks-Belgische slachtoffer van de aanslag in Istanboel, als “helemaal niet racistisch” omschrijf. Dat is pertinent onwaar. Natuurlijk is zo’n gore uitspraak racistisch, en in het interview in De Tijd heb ik niets anders beweerd. 

Daar merkte ik enkel op dat zo’n schofterig leedvermaak niettemin onder de vrije meningsuiting zou moeten vallen, in tegenstelling tot wat de Belgische antiraciwetgeving daarover stelt. Dat De Cock daaruit afleidt dat ik die bagger "helemaal niet racistisch" vind, toont enkel aan hoeveel verwarringe over dat begrip bestaat. De vrije meningsuiting, zoals Jogchum Vrielink betoogt in zijn bundel Pro Deo, geldt bij uitstek voor verontrustende, choquerende of gore meningen. Dus voor racisme en haatpraat. Iedereen kan sympathieke en toffe meningen tolereren. Een echte opgave wordt het pas bij haatpraat.

In De Tijd liet ik optekenen dat niet racislme, maar onze morele gevoeligheid ervoor gestegen is. Dat is goed nieuws, want die “morele ophoging”, zoals de socioloog Gabriël van den Brink ze noemt, is zelf een teken van morele vooruitgang. Maar blijkbaar werkt dat vooruitgangsbetoog over racisme, dat ik hier eerder uitwerkte (28/06/2014), in bepaalde kringen als een rode lap op een stier. De Cock doet smalend over het “kijk-maar-naar-de-statistieken vooruitgangsoptimisme” en verwijt me dat ik de problemen minimaliseer. De vereniging Kifkif, die zich inzet voor de strijd tegen racisme, nomineerde me onlangs voor de “ergste uitspraak van het jaar”, louter en alleen omdat ik had gezegd dat we op haar strijd terrein winnen.

De enige politiek correcte mening over racisme lijkt defaitisme: het wordt altijd en overal erger. Al wat onder die lat gaat, heet "vergoelijking". De term “groepisme” voor racistische uitlatingen, die Guillaume Van der Stighelen gebruikte in het interview, wimpelt De Cock af als “eufemisme van het jaar”. In werkelijkheid gaat het om een begrip uit de sociaal-psychologische literatuur. “Groupism” is de menselijke neiging om zich met een homogene “wij” te identificeren waarmee we ons afzetten tegen een “zij”. Racisme is inderdaad een vorm van groepisme, maar een bijzonder virulente vorm, omdat het zich ent op onveranderlijke menselijke kenmerken (in tegenstelling tot cultuur, taal of religie).

De Cock toont in zijn tribune precies mijn punt aan over de politiek correcte oververhitting in het racismedebat. Wie wat historisch perspectief aanbrengt, of kanttekeningen zet bij de breed uitgesmeerde aandacht voor de drek van marginale internettrollen (zoals ook Karel Verhoeven terecht deed in zijn edito), krijgt meteen te horen dat zijn argumenten "naar vergoelijking van racisme stinken” en dat ze maar “een beetje minder triest zijn dan het gedrag zelf”.

(De Standaard, 10/01/17)

maandag 2 januari 2017

De beerput van PVDA is nog lang niet uitgewalmd

In mijn stuk in Zeno (De Morgen) betoogde ik dat de PVDA haar Stalinistische verleden nog steeds niet verwerkt heeft. Net zoals bij Vlaams Belang, stijgen er geregeld beerputwalmen op uit de partijrangen. Natuurlijk zijn er verschillen: de ideologieën van waaruit Vlaams Belang en PVDA stammen zijn elkaars tegenpolen, en hun respectieve voorlopers hebben met andere genocidaire regimes meegeheuld.
Maar de ambivalente houding van beide partijen, en de interne machtsstrijd tussen vernieuwers en verstokte oudgedienden, vertoont opvallende gelijkenissen. Bovendien is de historische en ideologische afstand tussen PVDA en Stalin en Mao enerzijds, zoals ik betoogde, kleiner dan die tussen Vlaams Belang en Hitler anderzijds.
Daarover het volgende: als twee mensen van verschillende politieke gezindten onafhankelijk tot dezelfde conclusies komen, dan is het misschien gewoon omdat ze een goed punt hebben, niet omdat er duistere machinaties in het spel zijn. Bovendien is wijzen op de politieke contacten en sympathieën van een partij met ranzige figuren helemaal geen "guilt by association". Niet alleen is het een legitieme vorm van argumentatie, het is ook precies wat Mertens zelf - terecht - doet met de historische banden tussen Vlaams Belang en N-VA met de collaboratiebeweging.

Steun aan Noord-Korea

Ter zake: de zwaarste beschuldiging van Peter Mertens aan mijn adres gaat over de ontwerpresolutie in 2011 over Noord-Korea. Daarover schrijft hij: "Als een ware feitenacrobaat heeft Boudry onze naam letterlijk 'geplakt' op een ontwerptekst die wij nooit hebben ingediend of ondertekend." Deze beschuldiging van schriftvervalsing is ronduit lasterlijk. De auteur van de bewuste resolutie, die de volle steun uitspreekt voor het totalitaire regime van Noord-Korea, is voor iedereen zichtbaar op het internationale communistische webplatform Solidnet.org, exact zoals ik in Zeno schreef: "Workers' Party of Belgium", de Engelse naam voor PVDA.
Het document staat netjes tussen alle andere resoluties en verklaringen die PVDA daar tot op vandaag online zet, en het is de enige versie van de resolutie over Noord-Korea die daar staat (zie screenshot hieronder).

Screenshot Solidnet.org
Screenshot Solidnet.org © .

Met de volledige uitleg over die resolutie en haar geschiedenis wil ik u niet lastigvallen. Daarvoor verwijs ik u door naar mijn blog, in het bijzonder de noot onderaan, die dieper ingaat op de opmerkingen van de afgelopen dagen over de resolutie. De PVDA moet zelf maar uitmaken wie binnen de partij hun account op Solidnet beheert, en wie die tekst - zogezegd de verkeerde? - in hun naam heeft geschreven en geüpload, twee weken na het bewuste congres. Maar ze moet critici niet beschuldigen van vervalsing.

Screenshot Solidnet.org
Screenshot Solidnet.org © .

Toen ik Peter Mertens met deze screenshots confronteerde op Twitter en om excuses vroeg, ontstonden er onder de PVDA-kameraden allerlei wilde complottheorieën, als zou ik die screenshot gemanipuleerd hebben, bewijsmateriaal uitgewist, of zelfs Solidnet gehackt --- geruchten die voorzitter Peter Mertens gretig oppikte en zelf de wereld in stuurde. In werkelijkheid staat de frase "Written by Workers' Party of Belgium" daar nog altijd bovenaan het document, voor iedereen zichtbaar, op deze link van Solidnet.
Formeel: dit document getweet én verwijderd door @mboudry is 100% fake. Iemane voegde "written by WPB" toe. Wie? Waarom? Wanneer excuses? https://twitter.com/DeWitteKim/status/815581964556271616 
Los van wat er allemaal wél instaat, valt op wat er vooral niét in de lange repliek van Mertens staat. Nergens veroordeelt hij het regime van Fidel Castro, wiens massamoorden eerder werden vergoelijkt door partijgenoot Raoul Hedebouw. Net zomin neemt hij afstand van de congresverklaring van de International Meeting of Communist and Workers' Parties in Hanoi dit jaar, bijgewoond door Mario Franssen van de PVDA, waar de 100-jarige viering van het terreurbewind van Lenin wordt gepland (de Oktoberrevolutie). En waarom zou hij?

'De beerput van PVDA is nog lang niet uitgewalmd'
© .

Zoals de linkse historicus Luther Zevenbergen aantoont op zijn blog, beroept de PVDA zich in haar congresbundel Beginselvaste partij uit 2008 - de neerslag van haar zogenaamde "verniewingsoperatie" - nog steeds op de erfenis van Lenin, de man die het communisme bloedige tanden gaf.
In die tekst wordt het terreurbewind van "de jonge Sovjet-Unie", nog steeds vergoelijkt met de traditionele argumenten, namelijk dat Lenin te kampen had met "interventie, economische blokkade, politieke en militaire omsingeling, subversie, sabotage en desinformatie." De tekst betreurt zelfs de "dramatische gevolgen" van de ineenstorting van de Sovjet-Unie in Oost-Europa, uitgerekend met de term "fluwelen contrarevolutie", een concept van de huisstalinist Ludo Martens, naar zijn gelijknamige boek.

Afstand nemen van Fidel Castro

Mertens doet geen enkele moeite om zich van Fidel Castro te distantiëren, maar des te meer van professor Jan Blommaert. Die is namelijk helemaal geen "trouwe PVDA-militant", zoals ik schreef. Het ligt eraan. Blommaert stemt al jaren op de PVDA, zo zegt hij zelf, al van in het Stalinistische tijdperk (interview in PVDA-blad Solidair uit 2007). De PVDA pakt op haar eigen website uit met een heel artikel "Waarom professor Jan Blommaert op de PVDA+ gaat stemmen".
Maar goed, als Mertens zich liever wil distantiëren van Blommaert dan van Fidel Castro, mij niet gelaten. Mijn enige onvergeeflijke blunder is dat ik Blommaert als "psycholinguïst" beschreef, terwijl hij in werkelijkheid "sociolinguïst" en "linguïstische antropoloog" is. Mijn excuses aan professor Blommaert. Ik hoop dat "psycholinguïst" geen scheldterm is in zijn vakgebied. In ieder geval, welke -linguïst Blommaert ook is, tot op vandaag staat hij pal achter zijn lofrede op Ludo Martens' witwasboek over Stalin, dat volgens hem getuigt van "wetenschappelijke objectiviteit" en dat vele "verzinsels en leugens over Stalin" heeft doorprikt (Blommaert noemt er geen enkele). Ik begin te begrijpen waarom Mertens zich van hem wil distantiëren.
Nog over het verwijt van dubbele standaarden. Als Mertens wil dat ik me uitspreek over de N-VA die collaborateur Bob Maes "op handen draagt", dan nodig ik hem uit om links en documentatie te geven, zoals ik ook doe. Maar hij trapt een open deur in. Dat er beerputwalmen opstijgen ter rechterflank, was het allereerste punt dat ik maakte in mijn stuk in Zeno. Dat is vooral het geval bij het Vlaams Belang, maar in mindere mate ook bij N-VA, en gebeurlijk zelf bij andere democratische partijen (zoals de CD&V-er Johan Sauwens die bij het Sint-Maartensfonds opdook). Net zoals ook sommige SP-A'ers met Fidel Castro dwepen. En over Saoedi-Arabië? Ik roep ons land al jaren op om de diplomatieke banden met dat theocratische en barbaarse regime te verbreken.
De stelling van mijn essay was dat de PVDA, net zoals het Vlaams Belang, een ambivalente houding heeft ten aanzien van haar verleden, en dat de beerput - gezien de recente demping - nog een paar jaar zal blijven walmen. Mijn punt was niét dat Peter Mertens een heimelijke Stalinist is die in de Kalmthoutse Heide een nieuwe Goelag-archipel wil inrichten (hoewel hij minstens 13 jaar lid was van de PVDA in periode van volle verheerlijking van Stalin, Mao en Noord-Korea). Dat verstokte Stalinisten hem vandaag als een sociaal-democratische "reformist" en daarom afvallige afschrijven, zoals ik in mijn essay zelf opmerkte, spreekt op zich in zijn voordeel.

Maar Peter Mertens heeft me wel een ander inzicht bijgebracht: een kat in het nauw maakt rare sprongen, zeker als het beest ideologische dogma's aanhangt. Dat Mertens als nationale voorzitter van zijn partij zonder verpinken leugens en complottheorieën verspreidt wanneer hij in het nauw wordt gedreven, en weigert zich daarvoor te verontschuldigen, heeft voor mij nogmaals mijn punt bevestigd: als SP.A met dit soort sujetten in zee gaat, dan kan ze naar mijn stem fluiten. En ik ben wellicht niet de enige.

(Knack - 2/1/17)