Denkfouten: Whataboutery

Loepzuivere drogredenen zijn zeldzame creaturen. Men treft ze aan in handboeken logica, maar zelden in het echte leven. Vaak leunen denkfouten dicht aan bij geldige vormen van argumentatie. De precieze scheidingslijn trekken, op basis van de vorm of structuur, is geen sinecure.

Niettemin heb ik onlangs toch een 24-karaats specimen aangetroffen. De historicus Jeroen Bouterse reageerde op mijn essay Disbelief in belief op 3 Quarks Daily, waarin ik betoogde dat seculiere westerlingen tegenwoordig vervreemd zijn van de kracht van geloof, en het daarom moeilijk hebben om zich te verplaatsen in het perspectief van godsdienstfanatici. Dat lusthof met 72 maagden, of die schepping in zes dagen, gelooft iemand die onzin écht?

Bouterse was het op de website Geloof & Wetenschap volmondig met me eens dat “ideeën ertoe doen”, en loofde mijn oproep om ons te verplaatsen in ander denkwerelden. Maar hij had een ander bezwaar:

“‘Waaraan’, zou ik Boudry vervolgens willen vragen, ‘denk je in de eerste plaats, wanneer je ons oproept religieus denken niet te negeren? Ben je gegrepen door de rijkdom van Augustinus’ filosofie … Vind je dat de middeleeuwse islamitische theoloog Al-Ghazali een paar interessante wetenschapsfilosofische thema’s aansnijdt?’”

Dat ik enkel over fanatisme schrijf, reveleert volgens Bouterse de “eigenlijke inzet” van mijn betoog. Dit is een schoolvoorbeeld van wat in het Engels bekend staat als whataboutery. In plaats van op een betoog in te gaan, kaats je de bal naar een ander speelveld: ‘But what about X?’ In het Nederlands kunnen we het watmetterij noemen. Waarom, vraagt Bouterse zich retorisch af, spreek ik enkel over moderne godsdienstwaanzin, en niet over Augustinus en Al-Ghazali? Wie het spel kent, kan de bal makkelijk terugkaatsen: waarom reageert Bouterse op een essay van een obscure wetenschapsfilosoof? Wat met al die andere belangwekkende, prikkelende, relevante onderwerpen?

Soms kan de keuze voor een onderwerp een vooroordeel of agenda verraden, maar niemand kan over alles tegelijk schrijven. Dan is het makkelijk om op je eigen stokpaardje te klimmen: waarom zwijg je zo veelzeggend over klimaatopwarming, walvissenjacht, kruistochten, fiscale fraude…? Vind je dat soms niet belangrijk?

In dit geval kaderde mijn focus op jihadisme in een academisch dispuut over de volgende vraag: geloven religieuze mensen daadwerkelijk wat ze beweren te geloven, of verbeelden ze zich dat alleen maar? Eén strategie om dat te onderzoeken, is te kijken naar vrij extreme vormen van religieus gedrag: een zieke die medische hulp weigert, hopend op een mirakel, of iemand die zichzelf opblaast om als martelaar in het paradijs te komen. Bij scholastische wijsgeren, die hun leven grotendeels in hun studiekamer doorbrengen, is dat lastiger uit te maken.

Rest nog de vraag: van alle mogelijke denkfouten die ik deze keer kon bespreken, waarom uitgerekend deze? Vind ik ad hominem soms niet zo erg?

(Filosofie Magazine, oktober 2016)

Comments

Popular posts from this blog

The Fallacy Fork: Why It’s Time to Get Rid of Fallacy Theory

We zijn veel te lief voor extreemlinks: Over het dempen van ideologische beerputten

The Relentless Retreat: God in the Age of Science.